Onopgeloste vragen kunnen verwarring geven.....


Veelgestelde vragen

Veel mensen kunnen niet tot geloof komen in de enige ware God doordat ze met onopgeloste vragen blijven zitten. Dit artikel wil de mensen hierin tegemoet komen. Uiteraard kunnen alle vragen hier niet beantwoord worden. Daarvoor zijn er te veel. Tenslotte zijn alle mensen verschillend. De een tobt met dit en de ander met dat. Maar er zijn wel vragen die steeds weer terugkomen. Daarom worden hier enkele veelgestelde vragen beantwoord.

Vraag 1
Als alle mensen van Adam afstammen, met wie zijn de zonen van Adam en Eva (Kaïn en Seth) dan getrouwd? (Gesteld dat Abel, die vermoord werd, niet getrouwd was).

Impressie van Kaïn en Abel, twee zonen van Adam en Eva

Antwoord op Vraag 1
Natuurlijk kende men in die tijd nog geen huwelijks-ceremonie, zoals wij die kennen. Maar in ieder geval zit in "trouwen" het woord "trouw". Ook in die tijd zal het zo geweest zijn, dat partners, die voor elkaar hadden gekozen, elkaar ook trouw behoorden te blijven. Dus in zekere zin kunnen we hier toch over trouwen praten. Verder lezen we in Genesis 5: 4, dat Adam zonen en dochters kreeg, al worden de dochters niet met name genoemd. Dus waarschijnlijk zijn Kaïn en Seth met één van hun zussen of nichten (dochters van een broer of zus) getrouwd. In ieder geval moet één van de zonen van Adam met een eigen zus getrouwd zijn geweest. Uit Leviticus 18: 9 kunnen we opmaken, dat de Joden niet mochten trouwen met hun eigen zus. Maar dat was pas vele eeuwen later, in de tijd van Mozes, die Gods wetten aan Israël doorgaf. Waarom mocht het eerst wel en later niet meer? Omdat de kans op kinderen met een afwijking steeds groter wordt naarmate de mensheid ouder is. Als een man en een vrouw nageslacht krijgen, wordt hun DNA met de genen gekopieerd naar hun kind. Het kind krijgt zodoende voor alles dubbele genen. Voor iedere eigenschap, bijvoorbeeld de grootte van de oren, krijgt het kind dan een gen van de vader en van de moeder. Als één van beide genen dan defect is, zorgt het goede gen ervoor, dat het toch in orde komt met die eigenschap. Maar als beide genen defect zijn, krijgt het kind een afwijking.

Als nu twee mensen, die een grote verwantschap hebben, met elkaar trouwen, zullen hun genen een grote overeenkomst vertonen. De kans wordt dan veel groter dat ze een kind krijgen met 2 defecte genen voor één eigenschap. Het kind zal in dat geval dus één of meer afwijkingen hebben. Om dit te voorkomen had God in Leviticus die huwelijkswetten gegeven.
Maar toen Adam en Eva geschapen waren hadden ze nog geen defecte genen. Want God had alles volmaakt goed geschapen. Pas na de zondeval kwam er verderf en ellende in de wereld. Maar dat werkte niet meteen ten volle in alles door. De kans dat hun kinderen defecte genen hadden was nog heel klein. De genen van Adam en Eva waren toen nog maar één keer gekopieerd. Maar hoe meer ze gekopieerd werden bij het latere nageslacht, hoe meer fouten er uiteindelijk in kwamen. Vandaar dat het enkele duizenden jaren later niet meer verantwoord was, dat een broer en een zus met elkaar trouwden. Daarom verbood God het in het Bijbelboek Leviticus.
Maar de zonen van Adam en Eva zijn ongetwijfeld gewoon met hun zus of nicht getrouwd!


Vraag 2
In Genesis 11: 5 staat dat God naar beneden (naar de aarde) kwam om de toren van Babel te bekijken. Maar God is toch alwetend? Hij weet alles toch meteen? Spreekt de Bijbel zichzelf dan niet tegen, als er staat dat God omlaag kwam om iets te bekijken, alsof Hij het vanaf een afstand niet goed kon zien?

Impressie van de toren van Babel

Antwoord op Vraag 2
God is inderdaad alwetend! Inderdaad was het helemaal niet nodig voor Hem om naar beneden te komen om iets te bekijken. Maar God heeft er vaak een welbehagen aan om Zichzelf voor te stellen als Iemand met menselijke eigenschappen. In werkelijkheid is God oneindig groot. Wij mensen kunnen God niet in alles begrijpen. Zoals een mier niet alles begrijpt wat een mens is en wat hij doet, zo kunnen wij God niet in alles doorgronden. Ongetwijfeld communiceren de mieren ook met elkaar. Want dat doen vrijwel alle dieren, of het nu vogels, honden, of katten, enz. zijn. (Misschien geldt dat niet voor de ééncellige diertjes). Mieren kunnen ook over het toetsenbord van een computer lopen. Maar natuurlijk hebben ze geen woord of aanduiding voor computer. Want daar snappen ze niets van. Evenzo kunnen wij mensen niet alles van God snappen. In wezen is het verschil tussen God en ons mensen nog veel groter dan het verschil tussen mensen en mieren. Want God is de Schepper van alles, terwijl wij mensen niet in staat zijn om een levende mier te maken.

Omdat God zo oneindig hoog boven ons verheven is, behaagt het Hem vaak om over Zichzelf te spreken als Iemand met menselijke eigenschappen. Op die manier kunnen wij mensen nog enigszins begrijpen wat God ons te zeggen heeft. Dit gold des te meer voor de mensen die in de eerste eeuwen leefden. Zij hadden nog een zeer primitieve manier van denken. Niet dat ze minder intelligent waren dan wij, maar in die tijd kende men nog weinig vormend onderwijs. Dat is later geleidelijk aan op gang gekomen. De mensen vonden bijvoorbeeld een muziekinstrument uit. En dan werd de nieuw verworven kennis aan anderen doorgegeven, opdat anderen ook muziekinstrumenten en muziek konden maken. Zo kwam de educatie pas langzaam op gang. Vanwege de primitieve manier van denken van de eerste mensen heeft God des te meer moeite gedaan om Zichzelf zo voor te stellen, dat ze het begrijpen konden. Zelfs deze zin over moeite bij God is nog aangepast aan het menselijke denkvermogen. Want God hoeft nooit moeite voor iets te doen. Wat Hij wil doet Hij gewoon, ook al gaat het over gigantische sterrenstelsels, waarbij de aarde slechts een zeer klein stipje is.


Vraag 3
Als er een God van liefde bestaat, waarom is er dan zoveel ellende in de wereld?

Soms is er een direct verband tussen ongehoorzaamheid en koppigheid enerzijds en ellende anderzijds. Maar vaak ook niet.

Antwoord op Vraag 3
Deze vraag hoort men nogal eens. Sommigen stellen deze vraag om daarmee aan te tonen, dat er dus geen God bestaat. Anderen willen wel graag in God geloven, maar worstelen met deze vraag. Het antwoord op deze vraag is echter, dat er door de zonden een vloek over deze wereld gekomen is. En daar lijden wij mensen onder. Vanwege Zijn gerechtigheid en rechtvaardigheid kan God de zonden zomaar niet door de vingers zien.
Dit argument is niet voor iedereen erg overtuigend. Men vindt de zonden niet zo erg. Gods reactie daarop vindt men overdreven. Maar hebben de mensen die er zo over denken gelijk? Laten wij eens heel eerlijk naar de zonden kijken. Mensen zien de zonden van anderen vaak door een vergrootglas en de zonden van zichzelf menigmaal door een verkleinglas. Als iemand ons beledigd heeft of onrecht heeft aangedaan vergeten we dat vaak ons leven lang niet. We kunnen die ander dan levenslang op een afstand houden. Maar zelf kunnen we een ander kwetsen of onrechtvaardig behandelen zonder daar iets van te beseffen. En als we er al iets van voelen vinden we het vaak maar een kleinigheid, die te onbelangrijk is om erover te praten. Uit deze verschillen zien we al, dat er iets mis is met ons rechtvaardigheidsgevoel. Als we dan de lijn doortrekken naar God toe, moeten we erkennen dat we ook in relatie tot Hem onszelf niet zuiver kunnen beoordelen.

Laten we nog wat andere voorbeelden bezien:

1. Soms hebben kinderen verdriet, als ze terecht gewezen worden. Maar wat komt er van hen terecht, als ze aan hun lot worden overgelaten? Als ze uit winkels stelen of op een andere manier overlast geven, zijn de ouders mede schuldig, als zij geen passende maatregelen nemen.

2. Stel dat we besloten hebben om liefdevol te zijn voor onze medemensen, en dat we een drugsverslaafde ontmoeten die om geld bedelt. Geven we dan gelijk geld? Als we dat doen is de kans groot, dat het geld ook aan drugs wordt uitgegeven. De verslaafde kan het dan liefdeloos vinden als we doorlopen. Maar soms kunnen we niet anders. Er is dan gewoon veel meer nodig om die ander echt wezenlijk te helpen.

3. Of stel dat iemand een moord heeft begaan en veroordeeld is. Kunnen we die ander dan zomaar in vrijheid stellen, zelfs als we daar als rechter de macht toe zouden hebben? Nee, want het recht moet zijn loop hebben, zeker als de moordenaar nog niet eens berouw heeft over zijn misdaad.
Het bovenstaande is dan wel een extreem voorbeeld, maar we kunnen hier van alles invullen. Als iemand een verkeersovertreding heeft begaan en niet van plan is om zijn gevaarlijke rijgedrag te matigen, dan moet zo iemand ook gestraft worden. Anders brengt hij voortdurend anderen in gevaar.

Als wij mensen al van mening zijn, dat we alles niet zomaar door de vingers kunnen zien, hoe kunnen we dan van God verwachten dat Hij dat wel doet? Zijn rechtvaardigheidsgevoel is volmaakt, omdat Hij in alles volmaakt is! Er is bovendien nog een wezenlijk verschil tussen de bovenstaande voorbeelden en onze werkelijke situatie tegenover God. God is niet alleen onze Rechter, maar we zijn ook nog Zijn eigendom, omdat Hij ons gemaakt heeft. Daarom heeft Hij des te meer de bevoegdheid om ons te straffen, als Hij dat rechtvaardig vindt. In het artikel op deze website over de Here Jezus staat nog meer informatie over Gods gerechtigheid in relatie tot ons zondige mensen.

God is zeker wel een God van liefde. Maar niet op onze menselijke manier, maar op Zijn manier. Het is geen echte oplossing, als God zomaar alle zonden door de vingers zou zien. Want dan gaan de mensen gewoon door met zondigen. Ze blijven dan liegen, stelen, doden, enzovoort. Daarom werkt God aan een totaal-plan, een plan dat een totale oplossing biedt. Dit houdt in, dat Hij uiteindelijk een nieuwe en volmaakte wereld gaat maken, een wereld zonder ellende, pijn, ziekte en zonde.

Wie komen daar tenslotte? Mensen die allereerst hun zonden en verdorvenheid willen erkennen en belijden, en die vervolgens hun vertrouwen stellen op de Here Jezus, Die geleden heeft en gestorven is voor de zonden van de mensen. Maar dit houdt ook in, dat ze hun leven aan Christus geven, en dat ze Hem willen liefhebben en dienen met heel hun wezen, heel hun verstand, en met heel hun kracht. Zij zijn door Christus gekocht met Zijn eigen bloed. Christus stierf niet alleen voor de zonden, Hij stond ook op uit het graf op de Paasmorgen. Daarom zullen ook deze mensen uit het graf opstaan en Gods heerlijkheid mogen ingaan, als Gods tijd daarvoor gekomen is. En dat is de tijd na de Wederkomst. Christus zal op Gods tijd naar deze aarde terugkeren en alles nieuw en volmaakt maken. Dan zal ten volle blijken, dat God inderdaad een God van liefde is.


Vraag 4
In de Bijbel staan zulke vreemde dingen, bijvoorbeeld het verhaal van Simson met enorme kracht.... of het verhaal van de zondvloed, waarbij zelfs de bergen onder water kwamen te staan.... kunnen we die verhalen niet beter als sprookjes beschouwen?

Simson doet de tempel van Dagon instorten.

Antwoord op Vraag 4
Welke norm hanteren we eigenlijk wanneer we iets al of niet een sprookje noemen? Wat we gewend zijn of bij ons bekend is? Een neger uit de binnenlanden van Afrika heeft wellicht nooit sneeuw en ijs gezien. Is sneeuw en ijs daarom een sprookje? En een Eskimo uit de Poolstreken heeft wellicht nog nooit een neger gezien. Is een neger daarom een sprookje? Natuurlijk niet. We kunnen onze eigen kennis en ervaring dus niet als norm nemen.

Om te beginnen met het verhaal van Simson: Het was heel bijzonder, dat Simson zo'n buitengewone kracht had. Hij pakte een leeuw bij zijn kaken en scheurde hem uit elkaar. Ook pakte hij een stadspoort op en droeg die op een berg. Maar waarom zou de almachtige God niet zulke kracht aan een mens kunnen geven?

Mensen die veel studie hebben gemaakt van het occultisme en van demonie hebben ontdekt, dat ook de duivel bovenmenselijke kracht kan geven aan een mens. Dit komt nog steeds voor! Gelukkig komt het niet zo veel voor, omdat God de demonen in bedwang houdt (o.a. ter bescherming van Zijn eigen kinderen, dat wil zeggen: de ware gelovigen). Maar op hun eigen terrein (van occultisme, hekserij en satanisme, enz.) hebben de demonen over het algemeen veel meer macht. Ingewijden die door God verlost zijn uit deze demonische wereld hebben dit bevestigd. Ook de waar gebeurde verhalen op deze website bevestigen het. Welnu, als de duivel deze macht aan mensen kan geven, dan kan God het zeker!

En het verhaal van de zondvloed dan? Is dat niet overdreven? Het antwoord hierop is: Nee! Zelfs bij de top van de Mount Everest, de hoogste berg van de wereld, heeft men zeefossielen gevonden!!


Noach ontvangt de dieren bij de ark.

Trouwens, waarom zijn er eigenlijk miljarden fossielen in deze wereld gevonden? Goed beschouwd is dat heel merkwaardig. Want als een dier of plant sterft onder normale omstandigheden ontstaat er helemaal geen fossiel. Het overblijfsel verteert en er blijft uiteindelijk niets anders dan wat aarde over (of wat botten als die niet verteren). Maar onder fossielen verstaat men alle resten en sporen van planten en dieren die geconserveerd zijn in gesteente. En die ontstaan alleen maar als het dier of de plant plotseling bedolven wordt onder modder of zand. En dat gebeurde juist bij de zondvloed! Het water van de zondvloed maakte eerst dat allerlei aardlagen omhooggestuwd werden. Vervolgens sloegen die aardlagen weer neer, hetzij door het gewicht (als ze zwaarder waren dan het water), hetzij doordat het water opdroogde.

Als geologen verschillende aardlagen boven elkaar vinden, zijn ze al gauw geneigd om te stellen dat de lagen miljoenen jaren na elkaar gevormd zijn. Maar als we daar goed en eerlijk over nadenken, is dat helemaal niet zo logisch. Want als er geen natuurrampen optreden zien we helemaal geen scheidslijn tussen de verschillende lagen. Die scheidslijnen ontstaan alleen als de ene laag snel bovenop de andere gegooid wordt, terwijl de lagen onderling (iets) verschillen wat betreft hun samenstelling. En dat gebeurde bij de zondvloed! Het is dan ook niet vreemd dat er fossielen zijn gevonden, die voor de helft in de ene laag en voor de helft in de andere laag zaten. Hierover is reeds gesproken in het artikel van deze website over de datering van de fossielen en gesteenten. Verder vinden we op allerlei plaatsen op aarde (tot in Nieuw-Zeeland toe!) verschillende aardlagen boven elkaar, die dezelfde kromming vertonen, zonder breuklijnen! Dit is alleen maar mogelijk als de lagen pas in een later stadium tegelijkertijd zijn opgedroogd!

Verder is het zo, dat men de fossielen van immobiele en op de bodem levende zeedieren (denk bijvoorbeeld aan schelpdieren) meestal vindt in de lagere aardlagen. En de fossielen van de gewervelde landdieren vindt men meestal in de hogere aardlagen. Hoe is dat te verklaren? De evolutionisten zien dit als een bevestiging, dat die zeedieren tientallen of honderden miljoenen jaren leefden vóór die gewervelde dieren. Die gewervelde dieren zouden uiteindelijk uit die zeedieren geëvolueerd zijn. Maar door uit te gaan van de zondvloed is het allemaal eenvoudiger te verklaren. Eerst bruiste het water van de zondvloed omhoog en nam klei en zand met zich mee. Later zakten die aardlagen weer naar beneden. En toen het water tenslotte zakte kwamen vele watergebieden droog te staan. Zo werden allerlei zeedieren het eerst bedolven.
De landdieren zullen aanvankelijk naar de hogere gebieden gevlucht zijn. Maar uiteindelijk kwamen die ook onder water te staan. Zo vonden ze hun graf in de hogere aardlagen of ze gingen gewoon tot ontbinding over, als ze niet snel genoeg door een aardlaag werden bedolven. Dit laatste is vermoedelijk ook in de meeste gevallen gebeurd. Want er zijn relatief weinig fossielen van landdieren gevonden, in verhouding tot de gevonden fossielen van de zeedieren.

Die fossielen van zeedieren, bijvoorbeeld zeesterren, kwallen, brachiopoden (armpotigen), tweekleppige schelpdieren en zeeslakken, worden door evolutionisten gedateerd op 530 miljoen jaar oud, maar deze dieren zien er tegenwoordig nog net zo uit als toen! Maar zoiets zal men in een wetenschappelijk tijdschrift niet zo gauw lezen, want er is meestal een strenge censuur. De artikelen moeten de vooronderstellingen van de redacteuren bevestigen! Overigens zijn sommige zeedieren wel uitgestorven, bijvoorbeeld de trilobieten en de ichthyosauriërs. Hedendaagse levende exemplaren van deze soorten zal men niet meer vinden. Maar dat wil nog niet zeggen, dat allerlei gewervelde dieren daaruit geëvolueerd zijn!

Om terug te keren naar de oorspronkelijke vraag: Zou de Bijbel een boek met sprookjes zijn? Ontelbare wetenschappelijke vondsten bevestigen juist de Bijbel! En bovendien: Als de Bijbel sprookjes bevat, welk Godsbeeld houden we dan over? In sommige godsdiensten is God alleen maar een onpersoonlijke kracht. Zo spreekt men bijvoorbeeld over de krachten yin en yang, die elkaar in evenwicht houden. Maar als we kijken naar alle wonderen die God verricht heeft, zowel in de natuur als in bijzondere situaties, dan is deze stelling absurd. Het kan niet anders dan dat er een God is met een eindeloze intelligentie! Maar deze God heeft Zichzelf ook geopenbaard als een liefdevolle God, Die zelfs Zijn eigen Zoon heeft overgegeven in de dood om mensen te redden. Zou deze God de mensheid dan opgescheept hebben met een boek vol sprookjes? Natuurlijk niet!!! In de Bijbel heeft God Zichzelf geopenbaard aan de mensen en als Hij Zichzelf openbaart doet Hij het goed! Want het is in strijd met Zijn liefde om een openbaring te geven, die wij niet kunnen vertrouwen!


Vraag 5
In de Bijbel in Genesis 6: 2 en 4 wordt gesproken over Gods zonen, die dochters van mensen tot vrouw namen en daaruit kinderen kregen. Hoe kan dat? Er is toch maar één God? En God heeft toch maar één Zoon, de Here Jezus?

Gods zonen in Genesis 6 waren waarschijnlijk gewone mensen, maar wel gelovig.

Antwoord op Vraag 5
Deze vraag is door Christenen op verschillende manieren uitgelegd. Het is echter geen schande, als Christenen niet alles van de Bijbel begrijpen. Er is tenslotte een groot cultuurverschil, als we de tijd van de Bijbel vergelijken met de tijd van nu. Er zitten duizenden jaren tussen! Niettemin zijn heel veel dingen duidelijk te maken met behulp van een degelijke studie.

We zullen even het gehele Bijbel-gedeelte bekijken, zodat we het in zijn verband kunnen lezen (hierbij is weer de Statenvertaling gebruikt, omdat die de Hebreeuwse grondtaal meestal zeer letterlijk weergeeft):

1. En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
2. Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
3. Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
4. In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.

Laten we enkele verklaringen die hiervoor gegeven zijn onder de loep nemen.


Verklaring A:
Die zonen Gods zijn gelovigen geweest. Want de gelovigen worden Gods kinderen genoemd in de Bijbel, bijv. in Matt. 5: 9: "Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden." Reeds in het Oude Testament wordt deze benaming al toegepast, bijvoorbeeld in Deuteronomium 32: 19: "Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren." En in Deuteronomium 14: 1 staat: "Gijlieden zijt kinderen des HEEREN, uws Gods."

Reactie op verklaring A:
Deze uitleg is waarschijnlijk één van de beste verklaringen voor deze Bijbel-verzen. Er staat reeds in Genesis 4: 26, direct nadat over de geboorte van Enos verteld is: "Toen begon men den naam des HEEREN aan te roepen." Vermoedelijk vormden de nakomelingen van Seth en Enos een soort geloofsgemeenschap. Aangezien het Bijbelboek Genesis vermoedelijk ook door Mozes is geschreven (net als het boek Deuteronomium), ligt het enigszins voor de hand, dat Mozes ook de gelovigen uit de tijd vóór de zondvloed met zonen en dochters van God aanduidde. Waarschijnlijk was er geen geloofsgemeenschap onder de nakomelingen van Kaïn, de broer van Seth. Wellicht werden de vrouwen en de meisjes uit het geslacht van Kaïn daarom gewoon dochteren der mensen genoemd. Op dezelfde manier spreekt het Nieuwe Testament van de Bijbel soms over "de wereld" om de ongelovige mensen aan te duiden. Het is daarom goed mogelijk dat in deze Bijbelverzen met dochteren der mensen de ongelovige vrouwen en meisjes worden bedoeld uit het geslacht van Kaïn, en dat de mannen uit het gelovige geslacht van Seth met hen huwden.

Verklaring B:
Die zonen van God waren bewoners van een andere planeet of een ander hemellichaam, die met hun ruimteschip de aarde bezocht hadden.

Reactie op verklaring B:
Deze verklaring berust op fantasie en heeft veel te weinig basis om aannemelijk te zijn. In heel de Bijbel lezen we niets over bezoekers van de aarde vanaf elders in het heelal.

Verklaring C:
De genoemde zonen van God waren engelen. Want de engelen worden in Job 2: 1 kinderen Gods genoemd.

Reactie op verklaring C:
Engelen zijn hemelbewoners zonder menselijk lichaam. En de van God afgevallen engelen zijn boze geesten, die wij niet eens kunnen zien. Hoe kunnen die dan menselijke nakomelingen krijgen? Er staat trouwens in Mattheüs 22: 30: "Want in de opstanding nemen zij (= de mensen na hun sterven) niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel." Dus deze verklaring deugt van geen kant.

Verklaring D:
In de Bijbel krijgt iets soms het toevoegsel "Gods" om aan te geven, dat het bijzonder indrukwekkend is. Zo wordt de berg Basan in Psalm 68: 16 een berg Gods genoemd. En Psalm 36: 7 spreekt over bergen Gods, terwijl er maar één tempelberg was. In Ezechiël 1 wordt gesproken over bepaalde wezens. Ze worden in de Statenvertaling dieren genoemd, al waren het helemaal geen dieren. In ieder geval staat in vers 24 van dat hoofdstuk: "En als zij gingen, hoorde ik een geruis hunner vleugelen, als het geruis van vele wateren, als de stem des Almachtigen." Dus men noemde soms de naam van God of de Almachtige om aan te geven, dat iets heel indrukwekkend was. In Genesis 6 gaat het dus over indrukwekkende reuzen.

Reactie op verklaring D:
Dit lijkt inderdaad één van de beste verklaringen. Reuzen krijgen gewoonlijk reuzen als nakomelingen. En inderdaad wordt er in Genesis 6: 4 over reuzen gesproken. En deze reuzen misbruikten hun krachten om anderen geweld en onrecht aan te doen. Dit wekte Gods toorn zozeer op, dat Hij de zondvloed over de aarde bracht. Zo wordt ook duidelijk waarom de Bijbel juist over die reuzen spreekt als inleiding op het zondvloedverhaal.

Samenvattend gezegd: Verklaring A en D zijn waarschijnlijk de beste verklaringen voor dit stukje uit de Bijbel.
Misschien is verklaring A toch het best. Want het is zeer voor de hand liggend, dat Mozes ook hier (net als in Deuteronomium) de gelovige mannen aanduidde met "zonen van God". Dit verklaart ook beter waarom Genesis 6 zo duidelijk onderscheid maakt tussen enerzijds Gods zonen en anderzijds die reuzen. Verklaring A is verder ook heel logisch. Die geloofsgemeenschap onder de nakomelingen van Seth was wellicht maar klein. Geen wonder dat de mannen ervan na verloop van tijd ook naar vrouwen gingen kijken die niet tot hun eigen kring behoorden.

Na verloop van tijd waren er reuzen. Maar dat is ook niet zo vreemd (ook als we verklaring A aanvaarden). Onder elk volk zijn er kleinere mensen en grotere mensen. Als de grotere mensen met elkaar huwen ontstaat er een geslacht van reuzen. Zo waren er later onder de Filistijnen ook reuzen. In ieder geval misbruikten de reuzen van Genesis 6 hun krachten, hetgeen leidde tot de zondvloed.


Vraag 6
Er staat wel in de Bijbel (in Genesis 2: 7) dat God de eerste mens vormde uit het stof van de aarde, maar kunnen we dat niet beter figuurlijk opvatten? Er zijn toch fossielen van aapmensen gevonden, dat wil zeggen: Wezens uit de ontwikkelingsfase tussen apen en mensen? Dit bevestigt toch de evolutie-theorie?

Schedels met een iets afwijkende vorm bewijzen nog niets! Een ziekte zoals rachitis kan al een vergroeiing geven.

Antwoord op Vraag 6
Het is een hachelijke zaak om allerlei conclusies te gaan trekken, als er een skelet of schedel wordt gevonden, die iets afwijkt van het gemiddelde van een mens of een aap. Want er zijn onder de mensen talloze volkeren (soms gering in aantal mensen) met een lichaamsbouw die anders is dan bij de meeste volkeren. Bovendien zijn er binnen één volk ook allerlei variaties mogelijk. Als iemand een stofwisselingsziekte heeft, zal zijn lichaam zich anders ontwikkelen dan men gewend is binnen zijn bevolkingsgroep.

Bij de apen is er nog meer variatie. Er zijn veel verschillende soorten apen, zowel groot als klein. Als er binnen zo'n soort dan ook nog een aap is met een afwijkende lichaamsbouw als gevolg van een ziekte of een defect gen, dan zal het helemaal moeilijk zijn om zijn skelet te determineren (toe te schrijven aan een bepaalde soort), als dat skelet later gevonden wordt.

Enkele voorbeelden uit de praktijk:

1. De homo sapiens neanderthalensis (de Neanderthaler)
Deze zogenaamde aapmens liep krom en daarom zagen de wetenschappers er aanvankelijk een voorloper van de mens in. Algemeen wordt er nu van uitgegaan (ook door evolutionisten) dat het gewone mensen betrof. Hun gebogen postuur was te wijten aan ziektes, zoals rachitis. Ze konden verder goed spreken, waren kunstzinnig aangelegd en waren religieus.

2. De Ramapithecus
Ook deze beschouwde men aanvankelijk als een voorloper van de mens. Later ontdekte men, dat het ging om een uitgestorven type orang-oetan (een aap dus).

3. De Eoanthropus
In dit geval had men niet door dat een menselijk schedeldak gelegd was naast de kaak van een orang-oetan. Veertig jaar lang is deze ten onrechte beschouwd als de ontbrekende schakel tussen aap en mens.

4. De Hesperopithecus
Hier betrof het slechts één enkele tand. Later ontdekte men dat deze van een zeldzame soort varkens was, die nog slechts voorkomt in Paraguay.

5. De Pithecanthropus
Deze wordt nu beschouwd als volledig mens.

6. De Australopithecus africanus
Deze lijkt zeer veel op een aap en evolutionisten beschouwen deze niet langer als een tussenvorm tussen aap en mens.

7. De Sinanthropus
Deze wordt nu geclassificeerd als Homo erectus. (Zie nr. 10).

8. Andere vormen van de Australopithecus
Nog slechts één vorm van de Australopithecus kon men moeilijk verklaren, de Australopithecus afarensis. Deze liep anders dan de meeste apen, maar ook niet als een mens. Recent ontdekte men echter, dat het gewoon een aap betreft, die op zijn knokkels loopt.

9. De Homo habilis
De meeste antropologen kwamen tot de conclusies dat het hier een vergaarbak betreft van types, die men al een andere naam had gegeven, zoals de Australopithecus. Dus deze categorie heeft in feite geen bestaansrecht. Maar voorheen werd deze categorie afgeschilderd als de "overduidelijke schakel" tussen apen en mensen.

10. De Homo erectus
Hieronder verstaat men verschillende types. Dat kan natuurlijk, als men de classificatie ordelijk laat verlopen. Het betreft hier types die robuuster waren dan de gemiddelde hedendaagse mens. De homo erectus liep wel rechtop, zoals zijn naam al aangeeft. Nadere bestudering van de lichaamsbouw en archeologisch-culturele vondsten brachten aan het licht, dat de homo erectus volledig mens was. Verscheidene evolutionisten hebben dit erkend.

Samenvattend gezegd: De ontbrekende schakels tussen apen en mensen ontbreken nog steeds. Keer op keer dacht men, dat men zoiets gevonden had en dan bleek het toch weer niet te kloppen, of de vondsten waren zo twijfelachtig, dat ook de evolutionisten onderling van mening verschilden over de vraag of die vondsten wel steekhoudend waren en enige betekenis hadden. Al met al zijn er relatief heel weinig vondsten gedaan van afwijkende types. Als er werkelijk een evolutie was geweest van miljoenen jaren, zou men ook miljoenen fossielen van overgangsvormen moeten vinden, gezien het grote aantal fossielen dat in totaal gevonden is. Maar daar is geen sprake van. Vandaar dat men soms ophef maakte over een enkele tand. En dan bleek die later van een zeldzame soort varkens te zijn!

Wie echter in de Schepping gelooft, zoals beschreven in het boek Genesis, zal met blijde verwondering constateren hoe goed de archeologische vondsten de Bijbel bevestigen! Als men allerlei verhalen uit de Bijbel, die als geschiedenis worden verteld, figuurlijk op gaat vatten, dan bevindt men zich op een hellend vlak. Want als het ene verhaal figuurlijk bedoeld is, waarom het andere dan niet? We zijn dan ons houvast kwijt. Want hoe weten we dan nog dat de Zoon van God werkelijk naar deze aarde is gekomen om de straf op de zonden te dragen? En zo niet, dan kunnen we niet meer vertrouwen op Gods liefde en vergeving vanwege het offer van Zijn Zoon. En de Bijbel zegt juist (Johannes 3: 16): "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe."

De vorige alinea heeft nog een toelichting nodig, en wel om twee redenen:

1. De uitdrukking "een hellend vlak" wordt vaak verkeerd uitgelegd. Men stelt het zich dan zo voor, dat iedereen die zich op een hellend vlak bevindt steeds verder naar beneden glijdt of rolt. Dit laatste is wel mogelijk, maar het behoeft niet per se zo te zijn. Het is namelijk zo, dat een mens zich soms langdurig staande kan houden op een hellend vlak, en soms ook nog vroeg of laat naar boven kan klimmen. Daarom geeft de uitdrukking "een hellend vlak" niets meer en niets minder aan, dan dat een bepaalde situatie (of een bepaald geloof zoals in dit geval) gevaarlijk is, omdat het steeds erger kan worden. Maar niet altijd gaat het van kwaad tot erger. Het gebruik van deze uitdrukking is daarom niet bedoeld om anderen te veroordelen, maar alleen om hen te waarschuwen.

2. Natuurlijk zijn sommige verhalen in de Bijbel figuurlijk bedoeld. Zo lezen we in 2 Koningen 14: 9, dat de distel op de Libanon tegen de cederboom op de Libanon zegt: "Geef uw dochter aan mijn zoon tot vrouw." En in Ezechiël 17 lezen we over een grote arend, die een tak van een boom op de Libanon neemt, en die elders in de grond plant, zodat er een nieuwe boom uit groeit.

Als we deze verhalen in hun verband lezen, dan is het duidelijk dat het hier niet om geschiedenis gaat, maar om een gelijkenis. Dus deze verhalen moet men echt figuurlijk opvatten. Maar met de Bijbelse geschiedenis is het heel anders gesteld. Als de Bijbel iets vertelt als geschiedenis, dan mogen we er van uitgaan, dat het ook werkelijk gebeurd is. En wie er toch nog aan twijfelt of de Schepping in 6 dagen volbracht is, moge ook bedenken dat God dit Zelf bevestigt, namelijk in de Tien Geboden in Exodus 20.

Exodus 20: 11: "Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven." Als God dit Zelf zegt, wie zijn wij dan om dit tegen te spreken?

Er is voor iemand die in de Bijbel gelooft nog een sterk argument om NIET in de evolutie-theorie te geloven. De evolutie-theorie gaat uit van natuurlijke selectie. Dat houdt ook in dat dieren andere dieren opeten en op die manier de populatie van die andere dieren binnen zekere grenzen houden. Maar op deze manier is de dierenwereld vol angst en pijn. En dieren sterven ook vaak als ze lange tijd geen prooi kunnen bemachtigen. Kortom: Het is een wereld vol ellende. Maar in Genesis 1: 31 lezen we: "En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed." Dit getuigt van een totaal andere wereld zonder pijn en ellende! Deze wereld komt overeen met hetgeen Jesaja beschrijft in Jesaja 11: 6 t/m 9:

6. En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven.
7. De koe en de berin zullen te zamen weiden, haar jongen zullen te zamen nederliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk de os.
8. En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van den basilisk.
9. Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.


Zo kan het ook! Wat nu nog uitzondering is zal in Gods toekomst de enige werkelijkheid zijn!

Dit is dus een heel andere wereld, een wereld vol goedheid, aangenaamheid en zegen! Zo was het oorspronkelijk na de Schepping en zo zal het in Gods toekomst weer worden, als God alles gaat herstellen! De evolutie met al haar wreedheid past daar niet bij!! En in Gods wereld is er altijd ruimte genoeg voor Zijn schepselen. Het probleem van overbevolking bestaat bij Hem niet. Kijk maar naar de sterrenhemel. De ruimte is nog bijna helemaal leeg! En dan te bedenken dat de ruimte zo groot is, dat de aarde daarin maar een klein stipje is. Vanaf de dichtstbijzijnde ster zouden we de aarde zonder sterke teleskoop niet eens kunnen zien.

Of is die ruimte toch niet zo leeg? Het is heel goed mogelijk dat er tussen de sterren nog werelden zijn, die wij met onze beperkte zintuigen niet eens kunnen waarnemen. Inderdaad nemen de sterrenkundigen met een radio-teleskoop al veel meer waar dan met een gewone teleskoop, die gebaseerd is op voor ons mensen zichtbaar licht! Dit licht heeft een beperkte golflengte. Als de golflengte voor ons te hoog of te laag is, zien wij al niets meer. Vaak kunnen wij dan nog wel wat voelen. Vele soorten straling zijn gevaarlijk voor de mens!



Het is maar goed dat God buitenaards leven, voor zover dat er is, voor ons verbergt. Want deze zondige wereld vol misdaad, haat en oorlog heeft al meer dan genoeg aan zichzelf. Maar als Christus wederkomt en alles weer goed maakt, zouden er wel eens werelden voor ons open kunnen gaan! (We krijgen dan immers een totaal ander lichaam, dat onvergankelijk is en dus ook heel andere zintuigen heeft!). Maar ook dan is er geen ruimtegebrek. God is tenslotte eindeloos en onbeperkt, zowel in liefde als in grootheid! Maar waar Gods goedheid alles vervult, is geen ruimte meer voor mensen en dieren die elkaar naar het leven staan. En dit geldt ook voor de tijd tijdens en kort na de Schepping, toen er nog geen zonde en ellende op aarde was.

Vraag 7
Hoe komt het dat bij de wereldbevolking zoveel verschil in huidskleur is? Negers en blanken kunnen toch niet beiden van slechts 2 mensen, Adam en Eva, afstammen?

Verschillende huidskleuren

Antwoord op Vraag 7
Het verschil in huidskleur lijkt meer dan het is. Want het wordt slechts bepaald door het vermogen, dat vastgelegd is in de genen, om de stof melanine aan te maken. Melanine is een organisch pigment in de huid. Mensen met een lichte huidskleur hebben weinig melanine in hun huid. En mensen met een donkere huidskleur hebben daar juist veel van deze stof. Verder is ook de omgeving van groot belang. We weten allemaal, dat onze huid donkerder wordt als we veel in de zon zijn. Door de straling van de zon wordt er extra melanine aangemaakt. Op deze manier probeert het lichaam zichzelf te beschermen, want de melanine maakt dat we minder kwetsbaar zijn voor de UV-straling van de zon. Te veel ultraviolet kan namelijk leiden tot verbranding van de huid, huidkanker en vernietiging van de vitamine foliumzuur. Door een tekort aan foliumzuur kunnen bijvoorbeeld kinderen geboren worden met een open ruggetje en andere afwijkingen. Maar veel melanine is juist ongunstig in streken met weinig krachtige zonnestraling. Want dan wordt de vorming van vitamine D3 te veel belemmerd. En dat is o.a. weer van belang voor de vorming van de botten. Een gebrek aan vitamine D3 kan rachitis (Engelse ziekte) tot gevolg hebben, waarbij de botten krom groeien.

Voor iemand die dicht bij de evenaar woont is het dus gunstig om een donkere huid te hebben. En voor iemand die veel noordelijker of juist zuidelijker woont is een lichte huidskleur het beste. Er zijn trouwens 2 soorten melanine: Eumelanine (diep donkerbruin) en feomelanine (meer roodachtig). Verder is het zo, dat de mogelijkheid om melanine aan te maken bij ieder mens is vastgelegd in minimaal 4 genen. Bij de voorplanting wordt slechts de helft ervan doorgegeven aan de vrucht. Zo krijgt de vrucht (gesteld dat er inderdaad slechts 4 genen bij betrokken zijn) 2 melanine-genen van de vader en 2 van de moeder. Als één van beide ouders blank is en de andere donker zal de nakomeling half-donker zijn. Want hij of zij ontvangt 2 "donkere genen" van de ene ouder en 2 "lichte genen" van de andere ouder.

Maar wat gebeurt er nu als er 2 halfbloeden met elkaar trouwen? Dan kunnen hun nakomelingen (uitgaande van 4 genen voor de huidskleur) wel 5 kleuren hebben: Donker, overwegend donker, halfdonker, overwegend licht en licht! Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat het ene kind bruin is, zijn broer of zus blank en een andere broer of zus halfbruin. Dit komt doordat het kind 0, 1, 2, 3 of 4 "donkere genen" krijgt van beide ouders tezamen. Misschien is deze uitleg voor sommige lezers wat moeilijk. Maar één ding wordt wel heel duidelijk: Als broers en zussen onderling een totaal verschillende kleur kunnen krijgen, dan is het ook niets bijzonders meer om te geloven, dat zowel negers als blanken van slechts 2 mensen, Adam en Eva, afstammen.

Hoe zijn de kleuren van de verschillende bevolkingsgroepen verder uit elkaar gegroeid? Genen kunnen muteren, dat wil zeggen veranderen. Veel mutaties ontstaan door zogenaamde kopieerfouten. De eigenschappen van de genen worden dan niet correct aan een volgende generatie doorgegeven. Maar ook allerlei uiterlijke omstandigheden veroorzaken mutaties in de genen. Genen schijnen veel gemakkelijker te kunnen worden veranderd dan veel wetenschappers denken. Amerikaanse onderzoekers onderzochten 30 mannen met een milde vorm van prostaatkanker. De mannen moesten 3 maanden lang een andere levensstijl volgen met veel groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, sojaproducten en tevens meer beweging door bijvoorbeeld regelmatig te wandelen. Na drie maanden zagen de onderzoekers verandering van activiteit in ongeveer 500 genen. Schadelijke genen werden uitgezet en beschermende genen werden aangezet. Het ligt dus voor de hand (om terug te keren naar onze situatie), dat de genen ook veranderen onder invloed van veel zonlicht. Dit geeft een goede verklaring voor het feit dat de inwoners van Afrika meestal donkerder zijn dan de inwoners van Europa en Noord-Amerika.

Voor alle duidelijkheid: Het bovenstaande geeft geen bewijs voor de evolutie-theorie. Want bij de evolutie-theorie worden bepaalde organismen en dieren steeds complexer. Bij het bovenstaande is dat niet het geval, maar gaat het slechts om verschuivingen binnen de situatie die er al is. De hemelse Schepper heeft binnen het DNA- en genen-systeem ook mogelijkheden gecreëerd waardoor het organisme tot herstel kan komen of tot extra bescherming tegen bedreigingen van binnenuit en buitenaf.


Vraag 8
Hebben dinosauriërs echt bestaan? En zo ja, wanneer?

Dinosauriërs waren onderling behoorlijk verschillend, niet alleen in grootte, maar ook in uiterlijk.

Antwoord op Vraag 8
Dinosauriërs hebben zeker bestaan. Hier zijn de geleerden het wel over eens. Er zijn vele fossielen van deze dieren gevonden, dus er is bewijs in overvloed.
Over de vraag wanneer ze leefden, zijn de meningen echter verdeeld. Volgens de evolutie-theorie zijn ze 65 miljoen jaar geleden al uitgestorven, terwijl de mensen 100.000 jaar geleden pas verschenen. Maar klopt dat eigenlijk wel? Er zijn vele dingen die er op wijzen, dat de dinosauriërs enkele duizenden jaren geleden nog leefden, tezamen met de mensen en de andere dieren! Dit komt ook overeen met het Bijbelse getuigenis. Want God schiep de grotere dieren en de mensen op dezelfde dag! Welke dingen bevestigen dit verder?

1. Er zijn vele fossielen van dinosauriërs gevonden. Fossielen op zich wijzen al op bijzondere omstandigheden. Als een dier sterft in het open veld of in een grot, dan ontstaat er helemaal geen fossiel, omdat de resten van het dier gewoon vergaan. Er ontstaat alleen een fossiel van een dier, als het plotseling ingesloten wordt door modder, of in ieder geval grond die opgelost is in water. En dat is precies wat er gebeurd is bij de zondvloed. Tijdens de zondvloed kwam het water zowel uit de hemel (regenwater) als uit de aarde (bronwater). Dit water vermengde zich met de aarde en overspoelde de dieren en de planten. Aan het einde van de zondvloed zakte het water weer. De aarde rondom de bedolven dieren droogde uit en versteende na verloop van tijd. Dit had een conserverende werking en zo ontstonden de fossielen.

De fossielen van de dinosauriërs komen echter vaak in groepen voor. Soms is het een complete familie: Eén of 2 ouders, 2 kleinere, 2 nog kleinere en een 'baby'. Onder normale omstandigheden sterft zo'n familie niet gelijktijdig. Het gebeurt alleen als de familie-leden met elkaar plotseling bedolven worden. En dat gebeurde bij de zondvloed. Zelfs evolutionisten noemden hierbij de mogelijkheid van een watersnoodramp! Maar wat zou het anders kunnen zijn? Er was ook niets dat wees op een ziekte of een aanval van een ander dier.

2. De dinosauriër-fossielen zijn veel te vers om meer dan 65 miljoen jaar oud te kunnen zijn. In die fossielen heeft men zacht weefsel gevonden zoals bloedvaten, en zelfs bloedcellen en hemoglobine (de stof die aan bloed de rode kleur geeft, en dient voor het transport van zuurstof en kooldioxide door het bloed). Dr. Mary Schweitzer, een van de onderzoekers die hierbij betrokken waren, had echter moeite om de onderzoeks-resultaten in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd te krijgen. Haar werd gewoon gezegd dat het onmogelijk was. Maar zelf merkte ze zelfs, dat het onderzochte skelet een duidelijke lijkgeur had. En dat kon een evolutionistische wetenschapper niet ontkennen. Verder is er ook een dinosauriër-fossiel gevonden met nog 2 eieren in het lichaam van het beest. Blijkbaar is het dier plotseling bedolven, nog voordat de eieren gelegd konden worden.

3. Onderzoekers die de evolutie-leer aanhingen ontdekten in de versteende mest van dinosauriërs de overblijfselen van minstens 5 soorten gras! Zij zeiden zelf: "Wat we vonden was een complete verrassing." Waarom een verrassing? Omdat volgens hun evolutie-schema de grassen pas op aarde verschenen nadat de dinosauriërs al 10 miljoen jaar waren uitgestorven. Zo kwam heel hun schema op zijn kop te staan!

4. In de Bijbel wordt wellicht al een dinosauriër beschreven, nl. in Job 40: 10-14. Daar spreekt God tot Job:

10 Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.
11 Zie toch, zijn kracht is in zijn lenden, en zijn macht in den navel zijns buiks.
12 Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten.
13 Zijn beenderen zijn als vast koper; zijn gebeenten zijn als ijzeren handbomen.
14 Hij is een hoofdstuk der wegen Gods; die hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht.

In de NBG-vertaling heeft men het Hebreeuwse woord, dat hier (in de Statenvertaling) met Behemoth vertaald is, vertaald met nijlpaard. Vers 12 is daar vertaald met: "Hij spant zijn staart als een ceder." Maar een nijlpaard heeft maar een onbeduidend kleine staart! Sommige dinosauriërs hadden echter een geweldige staart ter grootte van een boom! Dus wellicht gaat het hier over een dinosauriër. En die leefde tegelijkertijd met Job, want anders had het geen zin om Job op dat dier te wijzen.

5. In heel de wereld zijn verhalen opgetekend over draken en dergelijke. De beschrijvingen hebben opmerkelijke overeenkomsten en komen voor van Groot Brittannië (op de vlag van Wales staat ook een draak!) over heel Europa tot in India en China. Ook op aardewerk, borduurwerk en beeldjes, enz. staan afbeeldingen van draken. Hoe komt men daarbij? Blijkbaar hebben de eerste auteurs van die verhalen en afbeeldingen de dinosauriërs nog meegemaakt, die voor hen draken waren. Dinosauriërs is trouwens een verzamelnaam. Er zijn vele soorten geweest, zoals de apatosaurus, de tyrannosaurus, de brontosaurus, de dryptosaurus, enz. Gemiddeld waren de dinosauriërs niet zo groot, ongeveer zo groot als een schaap. Maar er waren ook enorme soorten bij. De seismosaurus had bijvoorbeeld een lengte van 45 meter! De geleerden zijn het niet geheel met elkaar eens welk dier het grootst was. Als men een onvolledig skelet vindt is de totale grootte soms moeilijk te berekenen. Maar vermoedelijk was de Amphicoelias fragillimus het grootst. De lengte van dit dier is geschat op 58 meter. Geen wonder dat deze dieren tot de verbeelding spraken, en dat er zoveel verhalen en afbeeldingen over ontstonden! Vele afbeeldingen komen ook overeen met de fossielen, die pas veel later gevonden zijn.

Kortom: Juist de gevonden fossielen van dinosauriërs bevestigen opnieuw de betrouwbaarheid van de Bijbel!
Tijdens de zondvloed zijn alle dinosauriërs overigens niet omgekomen. Enkele overleefden in de ark van Noach. Na de zondvloed konden deze dieren zich weer vermenigvuldigen. Waarom zijn ze dan toch uitgestorven? Deze vraag is niet zo moeilijk te beantwoorden. Tegenwoordig zijn er ook dieren die met uitsterven bedreigd worden, zoals de tijger, de olifant en de neushoorn. Zullen zij er over 100 jaar nog zijn, als de wereld dan nog bestaat zoals die nu is? De mens heeft vaak een grote rol gespeeld bij het uitsterven van bepaalde dieren. Dieren worden gedood omdat ze vlees opleveren om te eten en te verkopen. Olifanten worden afgemaakt, omdat het ivoor van hun slagtanden enorm geliefd is. Grote dieren worden omgebracht omdat ze een bedreiging vormen van landbouw en woonplaatsen. Dieren worden vaak uit hun leefgebied verjaagd, als de mens bossen kapt. En elders kunnen de verjaagde dieren vaak moeilijk of niet aan het nodige voedsel komen, of is de omgeving om andere redenen niet geschikt om te overleven. Ook sterven dieren bij milieu-rampen en gif-lozingen. Het is voor de mens moeilijker om de zogenaamde bio-diversiteit te handhaven dan te vernietigen.

Met de tegenwoordige techniek is het niet moeilijk meer om de grootste dieren te doden. Maar ook vroeger kon men er wat van, bijvoorbeeld met behulp van valkuilen. Grote kuilen werden afgedekt met relatief dunne takken en eventueel een dun laagje aarde. En een beest van duizenden kilo's ging er gegarandeerd doorheen. Ook kon men tegen de dieren vuur gebruiken, en vergift uit planten, dat men vermengde met hun voedsel.

Maar in ieder geval hebben de dinosauriërs en andere uitgestorven dieren, zoals de mammoeten, werkelijk geleefd en veel minder lang geleden dan de evolutionisten denken. En de Bijbel wordt opnieuw bevestigd door de gevonden fossielen van al deze dieren!


Mammoeten

Vraag 9
Er zijn mensen van wie het geweten niet tot ontwikkeling gekomen is, bijvoorbeeld door een hersenafwijking. Het zit het dan met zondebesef?

Antwoord op Vraag 9
Dit is een interessante vraag. Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden, moeten we beseffen waaruit (anders gezegd: waarin) een mens bestaat. Een mens heeft een stoffelijk deel (het lichaam) en een onstoffelijk deel (de ziel). Sommige mensen stellen zelfs, dat er 3 delen zijn: Lichaam, ziel en geest, omdat de Bijbel deze 3 ook noemt. Maar de Bijbel is vaak enigszins poëtisch: Heel veel dingen worden herhaald en met net weer iets andere woorden genoemd. In het Nederlands kennen we dit ook wel. We zeggen bijvoorbeeld: "Dat doe ik met hart en ziel." Maar met "hart" en "ziel" bedoelen we in feite hetzelfde. We zeggen bijvoorbeeld ook: "Hij stond in vuur en vlam". Hier is het nog duidelijker, dat we in wezen twee keer hetzelfde zeggen, gewoon om onze woorden kracht bij te zetten. In de Bijbelse talen had men nog veel sterker de gewoonte om de dingen met dubbele woorden te zeggen, om meer indruk te maken op de toehoorder of lezer.

We kunnen echter ook stellen: De ziel is vooral gebonden aan het aardse leven. Verdriet om een geliefde is dan typisch een eigenschap van de ziel. Bij het woord "geest" kunnen we denken aan onze geestelijke gemeenschap met God.

Hoe het ook zij: De hersenen behoren tot ons lichaam. Veel mensen denken dat alles zich alleen maar afspeelt in onze hersenen. Als deze mensen gelijk hebben, dan kan het zijn, dat er inderdaad geen zondebesef mogelijk is bij een ernstige hersenafwijking. Alleen: Speelt alles zich werkelijk af binnen onze hersenen? Het antwoord is: Nee! Bij bijna-dood-ervaringen (waarover elders gesproken wordt op deze website) is er totaal geen hersenactiviteit meer. En dan hebben de mensen juist zeer duidelijke en heldere ervaringen! Wanneer mensen gedroomd hebben zijn ze hun droom meestal weer gauw vergeten. Maar mensen die een bijna-dood-ervaring hebben gehad, vergeten hun ervaring nooit meer.


Tijdens een bijna-dood-ervaring verlaat het onstoffelijk deel van de mens het lichaam

Het blijkt gewoon niet waar te zijn, dat alles zich alleen maar afspeelt in onze hersenen. En zo is het ook met zondebesef. Zondebesef gaat wel niet buiten onze hersenen om, maar het speelt zich grotendeels af in ons onstoffelijke deel, dus in onze geest! En daarom kan iedereen zondebesef hebben, zelfs mensen met zware hersenafwijkingen!

Zelfs dieren kennen enig schuldbesef, hoewel hun hersenen veel simpeler zijn dan bij de mens. Een evangelist had een hond. En de hond beet het mobieltje van zijn baas kapot. Toen kroop het dier van angst achter de bank. Want hij wist dat hij iets verkeerds had gedaan!

Natuurlijk is het schuldbesef van een dier maar oppervlakkig. Maar ieder mens, ook iemand met een zware hersenafwijking, heeft het vermogen om een diep zondebesef te hebben, en daarmee tot God te gaan om vergeving. Overigens zijn er verschillende soorten hersenafwijkingen. Sommigen hebben zo'n afwijking doordat ze tijdens de zwangerschap of de bevalling te weinig zuurstof hebben gekregen. Bij anderen is er iets mis met de chromosomen, als gevolg van een andere oorzaak. Maar als je merkt wat deze mensen begrijpen van de geestelijke dingen, dan sta je soms ineens versteld! Het is een keer gebeurd, dat een al wat ouder kind, dat nog nooit één woord had kunnen spreken, bij een verhaal over de Here Jezus ineens sprak: "Jezus!" Blijkbaar brak de Heilige Geest door de barrière van zijn verstandelijke beperking heen!

Verder is het natuurlijk wel zo, dat mensen met een hersenafwijking minder begrijpen van zichzelf en de wereld om zich heen. Als ze uit pure onwetendheid dingen doen die niet goed zijn, zullen ze over die dingen geen zondebesef hebben. En dan zal God het hen vergeven. Bij andere verkeerde dingen zullen ze wel een besef van zonde hebben.