Het Jezus-beeld in Rio de Janeiro. Het beeld is 38 meter hoog en staat op een heuvel van 710 meter.


De persoon van de Here Jezus


In sommige gebieden krijgen de mensen regelmatig reclame-blaadjes in de brievenbus over occulte mediums. Tegen betaling wil zo'n medium ervoor zorgen, dat allerlei problemen worden opgelost: Genezing van ziekten, verlossing van examen-angst, snelle terugkeer van een geliefde, enz., enz. Maar wie hier goed over nadenkt, moet tot de conclusie komen, dat hier iets niet klopt. Stel dat een man zijn geliefde heeft mishandeld en dat zij daarom is weggevlucht. Als het occulte medium dan zorgt voor een snelle terugkeer van de vrouw, dan kan de mishandeling voortgezet worden! Dit is geen goede oplossing! Want er wordt voorbij gegaan aan het zonde-probleem. Waar mensen voorbij gaan aan het zonde-probleem is altijd sprake van een valse godsdienst of een andere geestelijke misleiding. Soms wordt de misleiding versterkt door het verrichten van wonderen. Maar de duivel, de grote tegenstander van God, kan ook wonderen doen. Wonderen zijn nooit een bewijs, dat iets volgens Gods wil is.

God is een almachtige God. Alles wat Hij wil kan Hij ook doen. Hij kan dus, als Hij zou willen, ieder mens met grote rijkdom en weelde overladen. Maar Hij is ook een heilige God. Hij kan niet zomaar voorbij gaan aan de zonden van de mensen. Als iemand in dit aardse leven een misdaad of overtreding heeft begaan en schuldig wordt bevonden door de rechter, dan vinden andere mensen het onrechtvaardig, als de verdiende straf zomaar wordt kwijtgescholden. Maar men vergeet vaak, dat wij mensen allemaal schuldig staan tegenover de hemelse Rechter. Omdat Hij ons Zelf gemaakt heeft, heeft Hij ook alle recht om onze Rechter te zijn. En Hij ziet en weet alles. Als iemand in dit leven iets verkeerds heeft gedaan, dat strafbaar is voor het aardse gerecht, dan is er altijd een kans, dat de politie er niet achter komt, en dat eventuele getuigen afzien van het doen van aangifte of het starten van een rechtszaak, om kosten en/of rompslomp te voorkomen. De schuldige dader gaat dan vrijuit. Maar God ziet alles en Hij ziet niets zomaar door de vingers.

En God heeft bovendien andere normen dan de mensen. Als iemand een ander haat, maar afziet van het plegen van een daadwerkelijke misdaad, om rechtsvervolging te voorkomen, dan is hij volgens het aardse recht niet strafbaar. Want hij heeft niets gedaan (in de praktijk). Maar voor God is het haten van een ander al een misdaad. Verder is het voor Hem ook een misdaad, als we nalatig zijn geweest. Als wij iemand bewust niet helpen, terwijl het onze plicht is om dat wel te doen, dan zijn we voor Hem ook al strafbaar. Verder is het volgens Gods normen ook een zonde, als wij iets begeren, dat ons niet toekomt. Daarom luidt het tiende gebod van de Tien Geboden ook: "Gij zult niet begeren." God ziet namelijk ons hart aan en oordeelt ons op grond van hetgeen daarin leeft. Want het kwaad zit allereerst diep in onszelf. En als wij dat kwaad laten voortwoekeren als de kanker, dan gebeuren er inderdaad verschrikkelijke dingen. Als wij bijvoorbeeld verlangen om iets te bezitten dat van een ander is, en dat verlangen niet onderdrukken maar koesteren, dan gaat het vroeg of laat fout en vergrijpen wij ons aan datgene wat van die ander is.


De barmhartige Samaritaan. Het is voor God al zonde, als we onze medemens niet helpen, zoals we zelf geholpen zouden willen worden.


Al met al zijn onze misdaden en zonden in het licht van Gods absolute heiligheid zo groot, dat iedereen voor God verwerpelijk is. In plaats van Gods hemelse heerlijkheid verdienen wij allemaal de hel. Wat dat betreft sprak de Heere Jezus verschillende keren over "de hel, het onuitblusselijk vuur; waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt." (Markus 9: 43 tot 48). Veel uitleggers hebben moeite gedaan om dit anders uit te leggen dan het er staat, omdat het zo verschrikkelijk is. Maar dat is een vruchteloze weg. Het staat er gewoon en het is een soort struisvogel-politiek om het niet te willen zien. Een gevaar wordt in werkelijkheid nooit minder als wij dat gevaar gaan ontkennen.

Is er een mogelijkheid om aan het gevaar van de hel te ontkomen? Gelukkig wel! Want er is een offer gebracht voor de zonden. In het Oude Testament van de Bijbel moesten de mensen, die gezondigd hadden, een rund, schaap of ander dier offeren, om vergeving te krijgen. Dit had een symbolische betekenis. De zonde van een mens werd als het ware op het dier gelegd en het dier stierf dan voor de mens in de plaats, als straf op de zonde. Maar het offeren van dieren kon de straf niet echt wegnemen. En soms zwoer God ook, dat een bepaalde zonde niet door een dierlijk offer verzoend zou worden (1 Sam. 3: 14). Bovendien staat er verderop in het Oude Testament in Psalm 40: 7: "Gij (= God) hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer." Hoe kan dat? In de volgende verzen wordt het al duidelijker. Daar staat allereerst: "Toen zeide ik: Zie ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven." (Vroeger had men boekrollen in plaats van boeken, zoals wij die nu kennen). Hier wordt geprofeteerd van de Here Jezus, die later komen zou om het echte offer voor de zonden te brengen, nl. door Zijn eigen dood aan het kruis. Alle vroegere offers van dieren en soms van graan of vruchten waren slechts symbolische verwijzingen naar dat echte offer.

Wij mensen krijgen vergeving voor al onze zonden, als we ons vertrouwen stellen op de Here Jezus en Zijn offer. Johannes 3: 16: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." (Geloof en vertrouwen komen in de oorspronkelijke Griekse grondtaal met elkaar overeen). Maar dit geloof is nooit een oppervlakkige zaak van het verstand alleen, zoals men iets gelooft dat in de krant staat, en vervolgens weer over gaat tot de orde van de dag. Daarom sprak de Here Jezus ook in Mattheüs 7: 21: "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is." Ons vertrouwen op de Here Jezus impliceert daarom ook, dat we ons leven aan Hem geven. Hij mag dan voortaan bepalen wat er in ons leven gebeurt. Op die manier wordt Hij onze Heer of Here. (Heere is een oudere spelling, maar dat maakt voor de inhoud niets uit).

"Was dat lijden van de Here Jezus nu zo bijzonder?" zeggen of denken sommige mensen. Dit komt doordat wij tegenwoordig niet meer vertrouwd zijn met het verschijnsel kruisiging. De mensen die leefden in de tijd van de Here Jezus wisten veel beter wat het inhield, want de Romeinen pasten het vrij veel toe. Het was een afschuwelijke marteling. Eerst werden de veroordeelden gegeseld. Daarbij werden ze naakt met de handen boven het hoofd aan een paal vastgebonden. Vervolgens werden ze afgeranseld met een zweep die voorzien was van loden kogels, botjes en scherven. Eerst werd de huid kapot geslagen. Men sloeg dan net zo lang verder totdat ook de spieren werden beschadigd en het slachtoffer uitgeput aan de touwen hing in een plas met bloed.

Vervolgens werd de veroordeelde losgemaakt en aangekleed en werd de dwarsbalk van het kruis op zijn kapotte rug en schouders gelegd. Die moest hij dragen naar de plaats van de kruisiging. We lezen van de Here Jezus, dat hij neerviel onder het gewicht van de balk en dat iemand anders gedwongen werd om die balk voor hem te dragen. Uiteindelijk kwam hij dan aan op de plaats van de executie. Die plaats heette niet voor niets Golgotha, dat betekent "hoofdschedelplaats".

Aldaar werd hij weer helemaal uitgekleed, op zijn kapotte rug gegooid, en vastgespijkerd aan de dwarsbalk. Grote spijkers werden tussen de handwortelbeentjes (tussen de handen en de polsen) gedreven, wat een felle scherpe pijn gaf. Dan werd hij aan de dwarsbalk opgehesen langs een reeds overeind staande paal. Heel het gewicht kwam nu aan de spijkers te hangen, wat opnieuw een afschuwelijke pijn gaf. Vervolgens werden zijn voeten aan het kruis vastgespijkerd.

Maar het ergste voor de gekruisigde was nog de benauwdheid. De spieren en pezen in de armen trokken zo hard aan het verdere lichaam, dat hij niet meer goed kon ademen. De benauwdheid werd zo hevig, dat hij zich aan de spijkers in zijn voeten omhoogdrukte. Dan kon hij nog even adem halen. Maar dan werd de pijn in zijn voeten zo ondraaglijk, dat hij zich weer liet zakken. Zo worstelde hij op een neer in een gruwelijke doodstrijd. Zijn zweet en bloed droop langs zijn lichaam. In zijn naaktheid was hij bovendien een bespottelijk schouwspel voor zijn vijanden. Ook was er een ondraaglijke dorst en een vreselijke hoofdpijn. Na verloop van tijd begon het hart het op te geven. Er ontstond een zogenaamde "decompensatio cordis", waardoor er vocht in de longen kwam. Longoedeem heet dat. Door de extra benauwdheid die dat met zich meebracht, had hij nog meer behoefte om zich op te drukken aan de spijkers in zijn voeten. Dan kon hij nog even wat lucht krijgen, hoewel met afschuwelijke pijn. Maar het lichaam verzwakte en het opdrukken was op den duur niet meer mogelijk. Uiteindelijk stierf de veroordeelde door verstikking.

In de Bijbel (Johannes 19: 32) lezen we dat de Romeinse soldaten de benen braken van de 2 anderen, die met de Here Jezus gekruisigd waren. Waarom deden zij dat? Zij deden dat om ervoor te zorgen, dat de gekruisigden zich niet meer op konden drukken aan de spijkers in hun voeten. Zij stierven dan binnen een kwartier door gebrek aan lucht. Op die manier waren de Romeinen de Joden ter wille. Want de Joden wilden niet, dat de lichamen op de sabbat aan het kruis zouden hangen. En de sabbat begon al wanneer het donker werd, na de voorafgaande dag.

Dit was ook in overeenstemming met de Joodse wet. We lezen in Deuteronomium 21: 22 en 23:
22. Voorts, wanneer in iemand een zonde zal zijn, die het oordeel des doods waardig is, dat hij gedood zal worden, en gij hem aan het hout zult opgehangen hebben;
23. Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.

Een opgehangene is dus een vloek voor God. Dat wil zeggen: De opgehangene is door God vervloekt. Zo werd de Here Jezus door Zijn hemelse Vader vervloekt, om ons mensen van de vloek te verlossen, die wij door onze zonden verdiend hadden. Overigens werden de benen van de Here Jezus niet gebroken, omdat Hij toen al gestorven was. Zo ging de profetie van het Oude Testament in vervulling. In Exodus 12: 46 en Numeri 9: 12 staat namelijk, dat de Joden van het paaslam geen been mochten breken. Dit had een profetische betekenis. Zo zou ook van de Here Jezus, waarnaar het paaslam verwees, geen been gebroken worden.


Impressie van de kruisiging. Verlaten door God en mensen.... Voor het fatsoen is enige kleding getekend. De werkelijkheid was gruwelijker.


Hoewel ook andere mensen de kruisdood moesten ondergaan, was het lijden van de Here Jezus toch uniek. Het zwaarst van alles was bij Hem het geestelijk lijden. Als Zoon van God had Hij een volmaakte liefdesband met Zijn hemelse Vader. Alles wat Hij maar wenste kreeg Hij, zelfs toen Hij als mens op aarde leefde. Door de kracht van God genas Hij zieken, wekte Hij doden op en dreef Hij boze geesten uit. Hij beval zelfs een storm om te gaan liggen en het gebeurde ogenblikkelijk. En nu was Hij totaal door God verlaten. Daar leed Hij het meest onder. Uiteindelijk schreeuwde Hij het uit: "Mijn God, Mijn God, waarom heeft U mij verlaten?"

Kort voor Zijn dood gaf God aan Zijn Zoon echter nog de kracht om uit te roepen: "Het is volbracht!" Al dat lijden onderging de Here Jezus voor ons mensen, opdat we met God verzoend konden worden en het eeuwige leven zouden kunnen verkrijgen, in onuitsprekelijke heerlijkheid!! Mag het ook voor u zijn??

De Here Jezus is niet in de ellende gebleven. Toen Hij stierf was de ellende voor Hem voorbij. En na 3 dagen stond Hij op uit het graf. God wekte Hem uit de dood op en herstelde Zijn lichaam, hoewel de gaten in Zijn handen en voeten bleven, als bewijs voor Zijn volgelingen. Veertig dagen daarna voer hij op naar de hemel. Zijn leerlingen zagen het en keken hem lang na, totdat een wolk Hem onzichtbaar voor hen maakte. Die hemelvaart was in het Oude Testament ook al voorzegd. Daniël 7: 13 en 14 vertelt over Zijn binnenkomst in de hemel:

13. Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.
14. En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natien en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.

Die Oude van dagen is God. Hij wordt hier zo genoemd, omdat Hij er altijd al geweest is.

Sommige mensen zien de Here Jezus als een gewoon mens. Maar een gewoon mens kan nooit de straf op de zonden van alle mensen dragen! De Here Jezus is in wezen God Zelf. Hoe dit kan is voor ons menselijk verstand moeilijk te begrijpen, maar de leer van de Drieëenheid probeert het duidelijk te maken. Men stelt daarbij dat er binnen het Ene goddelijke Wezen drie afzonderlijke Personen zijn: God de Vader, God de Zoon, en God de Heilige Geest.
De apostel Johannes noemt de Here Jezus "het Woord". Hij zegt dan (Johannes 1: 1): "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God." Hier wordt de Here Jezus dus God genoemd.

Trouwens, reeds in het Oude Testament wordt al gesproken over de godheid van God de Zoon. Jesaja 9: 1 en 5:
1. Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.
5. Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.


Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien.


Aangezien er zo veel heerlijke dingen werden voorspeld over de komende Messias (= Gezalfde; aanstaande koningen werden in die tijd tot koning gezalfd) konden de Joden, die vertrouwd waren met het Oude Testament van de Bijbel, niet geloven dat hun Messias door een hel van lijden moest gaan. Daardoor waren de meeste van hen ook niet in staat om Jezus, de man uit het dorp Nazareth, als hun Messias te erkennen. Maar deze Joden hielden te weinig rekening met andere profetieën, bijvoorbeeld Jesaja 53: 5 en 6:

5. "Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
6. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen."

In plaats van een lijdende Messias verwachtten de Joden een koninklijke krachtpatser, iemand die de gehate Romeinen het land uit zou drijven en het koninkrijk van Israël weer zou herstellen. Maar de Here Jezus kwam naar deze aarde om iets te doen, dat nog veel belangrijker was: Verzoening geven tussen God en mensen. God is de Almachtige. Hij kan ons mensen oneindig veel meer geven dan de autonomie van een aards koninkrijk. Maar het zijn steeds de zonden van de mensen, waardoor er een blokkade is tussen God en ons. Christus kwam nu juist om die blokkade weg te nemen. Zo werd de weg vrijgemaakt voor ons mensen om deel te krijgen aan Gods eindeloze liefde, goedheid, vreugde en heerlijkheid! Als we ons er maar voor openstellen. In Openbaring 22: 17 staat: "En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet."

Het beeld van de Here Jezus in Rio de Janeiro kan ons helpen om aan Hem herinnerd te worden. Maar we mogen nooit een beeld aanbidden, zoals zo vaak gedaan is door mensen. Een beeld is en blijft een dood ding. Maar de levende God ziet en hoort ons altijd, of we nu buiten lopen of bijvoorbeeld in een binnenkamer met gesloten deuren en ramen tot Hem bidden! En waarom zouden we dat nalaten, als we weten dat Hij in Zijn oneindige liefde Zijn leven voor ons heeft gegeven?

Als een mens tot geloof komt in de Here Jezus komt de Heilige Geest in hem of haar wonen. Die Geest wil ons dan helpen om God de Vader en Zijn Zoon steeds beter te leren kennen. We gaan dan ook steeds meer leren wat Gods wil voor ons is in dit leven. Tevens kunnen we dan in ons hart een onuitsprekelijk heerlijke vrede en vreugde ontvangen, die het menselijke verstand ver te boven gaan! Dit kan zelfs gebeuren terwijl onze levensomstandigheden nog heel zwaar zijn. John Bunyan bijvoorbeeld zat gevangen vanwege zijn geloof. Maar God zegende hem zozeer met hemelse blijdschap, dat hij dichtte:


Al zit ik in een nauw vertrek,
met grendels dichtgedaan,
het geloof in Christus heft mijn geest,
ver boven zon en maan!


..... ver boven zon en maan ..... De Hemelse Stad met de rivier van het water van het leven.