De Melkweg, ons eigen sterrenstelsel, met ongeveer 200 miljard sterren. Dit ziet men 's nachts bij helder weer, als er weinig of geen hinder is door kunstmatige verlichting of de maan.

Grootte en bijzonderheden van het heelal

A. Inleiding

Het heelal is zonder meer fascinerend. Dit blijkt wel uit de foto's die elders op deze website te zien zijn. Maar wat weten wij eigenlijk over het heelal met zijn miljarden sterren, planeten, nevels en andere bijzonderheden? Hoe groot is het heelal bijvoorbeeld? Deze vragen kunnen wij puur zakelijk benaderen en volkomen voorbij gaan aan de Schepper. Wij zijn dan als mensen die een kunstwerk, bijvoorbeeld een kathedraal, bewonderen en ondertussen doen alsof het kunstwerk er vanzelf is gekomen. Maar deze vragen omtrent het heelal kunnen wij ook benaderen vanuit het geloof in die Schepper. Uit de vele wonderen die God in de loop der geschiedenis gedaan heeft, en uit alle door God uitgesproken profetieën die uitgekomen zijn, kunnen wij met zekerheid weten dat er een God bestaat, en dat deze God onbeperkt moet zijn in mogelijkheden. Alles wat wij om ons heen zien is dus door Hem gemaakt is. Maar hoe groot is Zijn schepping eigenlijk? En welke wonderen zijn daarin verborgen?

De wonderen die verborgen zijn in Gods schepping zijn zo talrijk, dat ze meer zijn dan zandkorrels aan de zee. Wij kunnen slechts wat voorbeelden geven, zodat anderen er enigszins een indruk van kunnen krijgen, dat God werkelijk oneindig groot is. Alvorens aandacht te besteden aan de onvoorstelbare grootte van het heelal, is het goed om eerst een kort overzicht te geven van de opbouw van het heelal. Het gaat hierbij niet om volledigheid, maar om enigszins een indruk te geven van hetgeen er in het heelal aanwezig is:

In het heelal zijn in hoofdzaak 3 soorten hemellichamen: Sterren, planeten en manen. Onze aarde is een planeet. Om planeten cirkelen vaak manen of satellieten. Onze aarde heeft ook een satelliet die we gewoon maan noemen. De maan draait dus om de aarde heen. Maar ondertussen draait de aarde om de zon heen. En nog meer planeten draaien om de zon. De reeks bestaat uit: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Zeer beroemd zijn de ringen om Saturnus! Tussendoor vliegen nog wat dwergplaneten rond de zon. (Tegenwoordig wordt Pluto ook als een dwergplaneet gezien. Hij wordt dan niet meer vermeld in het rijtje van de planeten. Evenwel heeft Pluto toch nog een middellijn van ongeveer 2300 km).


De planeten (op schaal getekend) die om de zon draaien. Hier is geen rekening gehouden met de onderlinge afstand.

Ondertussen vliegt de zon rond het centrum van ons sterrenstelsel (de Melkweg genoemd), tezamen met nog 50 miljard of 100 miljard andere sterren. (De schattingen lopen wat dit betreft uiteen). De zon is namelijk ook een ster. De andere sterren zien we slechts als lichtpuntjes omdat ze zo gigantisch ver weg staan. Tegelijkertijd vliegt ons melkwegstelsel met zijn vele miljarden sterren op zijn beurt door het heelal (of eerst nog rond het centrum van de Locale Groep die bestaat uit meer dan 40 sterrenstelsels). In totaal zijn er meer dan 100 miljard sterrenstelsels. Zo is alles voortdurend in beweging in het heelal. Het is ook nog zo dat het heelal steeds verder uitdijt. Het wordt dus steeds groter. Hemellichamen die verder bij ons verwijderd zijn vliegen gewoonlijk ook met een grotere snelheid van ons weg dan hemellichamen die dichter bij staan.


B. De grootte van het heelal

De meeste mensen weten wel ongeveer hoe groot onze aarde is. De omtrek van de aarde is 40.000 kilometer. Als we met een auto 100 km per uur zouden rijden, en rechtdoor zouden kunnen gaan, zouden we 400 uur, dus ruim 16 dagen, nodig hebben om rond te aarde te rijden en weer bij ons uitgangspunt terug te zijn. Dat is best wel veel. Maar het licht heeft een snelheid van 300.000 km per seconde. Als het licht rond zou kunnen gaan, zou het licht in 1 seconde reeds 7,5 maal rond de aarde gaan. Dit is onvoorstelbaar snel!

Aangezien de afstand van de aarde tot de maan gemiddeld 384.400 km is, heeft het licht ruim een seconde nodig om van de aarde op de maan te komen, of van de maan op de aarde. Maar de zon is al veel verder verwijderd van de aarde, nl. 150 miljoen km (om preciezer te zijn: 149.600.000 km). Het licht dat wij van de zon ontvangen is daarom al ruim 8 minuten onderweg geweest alvorens het bij ons komt. Het is maar goed dat de zon zo ver weg is. Want de diameter (de doorsnede) van de zon is wel 109 maal de diameter van de aarde. Aangezien de ruimte 3 dimensionaal is (lengte maal breedte maal hoogte) is de inhoud van de zon ruim een miljoen maal (om preciezer te zijn 1.304.000 maal) de inhoud van de aarde. En dan te bedenken dat de zon diep van binnen een temperatuur heeft van ongeveer 15 miljoen graden! Onze aarde zou dus totaal verschroeien als de zon veel dichter bij stond! Maar de aarde zou volkomen bevriezen als de zon veel verder weg stond. Hieruit blijkt meteen al de wijsheid van onze Schepper. Hij heeft de aarde op een dusdanige afstand van de zon geplaatst, dat er leven mogelijk is op onze planeet!

De dichtstbijzijnde ster na onze zon staat op een afstand van 4 lichtjaar van ons af. Dat wil zeggen dat het licht (met zijn onvoorstelbare snelheid van 300.000 km per seconde) 4 jaar nodig heeft om van die ster bij onze aarde te komen. (Omgerekend is een lichtjaar 9.467.000.000.000 km). Hoe groot is onze God die dit alles gemaakt heeft! Maar de overige sterren staan nog veel verder van de aarde af. Vele staan op een afstand van miljoenen lichtjaren! Dit gaat ons begrip ver te boven. God is werkelijk eindeloos groot!

Sommige mensen zijn sceptisch over de genoemde afstanden. Zij beweren dat we dat nooit kunnen weten. Niemand heeft immers een meetlint dat lang genoeg is! Maar met hulp van de wiskunde kunnen we toch veel te weten komen. Want hoe weten we de hoogte van de bergen? Ook daarvoor bestaan geen meetlinten! Maar dan komen de meetkunde en de goniometrie ons te hulp. Als we van een driehoek de lengte van de basis weten en de grootte van de 2 aangrenzende hoeken, dan kunnen we met de hulp van deze wetenschappen alle andere gegevens van de driehoek uitrekenen. In de praktijk kunnen we de hoek bepalen waaronder we de top van een berg zien. Vijf kilometer verder bij de berg vandaan is die hoek weer anders. Uit deze hoeken en de basis van 5 km kunnen we dan behoorlijk nauwkeurig de hoogte van de berg berekenen!


Het berekenen van de hoogte van een berg met behulp van de goniometrie

In het heelal kunnen we tot op zekere hoogte ook werken met deze wetenschappen. Deze methode wordt de parallax-methode genoemd. We kunnen bijvoorbeeld de hoek bepalen waaronder we een ster zien in het begin van de zomer. Een half jaar later, aan het begin van de winter, kunnen we die hoek weer bepalen. Daarbij gebruiken we de achterliggende sterren, die veel verder weg staan, als oriëntatie. We letten dus vooral op de schijnbare beweging die de dichtbijzijnde ster maakt ten opzichte van de ver verwijderde sterren. De aarde staat een half jaar later namelijk aan de andere kant van de zon, dat wil zeggen: 300 miljoen km verderop. We kijken op dat nieuwe tijdstip dus vanuit een ander punt naar de sterren. Men kan zich dan weer een driehoek denken. De baan van de aarde ter lengte van 300 miljoen km is dan de basis. En de ster staat dan in de top van de driehoek. De hoeken weten we uit de metingen. Uit al deze gegevens kunnen we dan de afstand tot die ster berekenen. Tenminste: Als die ster niet te ver weg staat (tot ongeveer 1000 lichtjaar). Bij grotere afstanden gebruikt men weer andere wetenschappen, zoals de roodverschuiving in het licht.

Het berekenen van de afstand tot een ster. L is hier 150.000.000 km.

De roodverschuiving is enigszins te vergelijken met het Doppler-effect. Dit effect merken we wanneer een ziekenauto of brandweerauto met loeiende sirene ons nadert en vervolgens passeert. Zodra de auto voorbij is, is de toon lager. Dit komt doordat het geluid ons dan bereikt met een lagere frequentie dan bij het naderen van de auto. Hoe sneller de auto rijdt, hoe groter het verschil zal zijn in toonhoogte. Bij het licht doet zich een dergelijk verschijnsel voor. Alleen is daar geen verschil in toonhoogte, maar in kleur. Hoe sneller een ster van ons af beweegt, hoe meer de kleur verandert, nl. in de richting van het rood en het infrarood. Aangezien het gehele heelal, zoals gezegd, uitdijend is (steeds groter wordt) en de sterren geacht worden des te sneller van ons af te bewegen naarmate ze verder van ons af staan, probeert men op deze manier de afstand van de sterren tot ons te berekenen. Hoe groter de roodverschuiving, hoe verder de ster van ons af zal staan. Met behulp van het onderstaande plaatje wordt dit verder uitgelegd.

Het kleurenspectrum van onze zon, vergeleken met dat van een grote groep sterrenstelsels met de naam BAS11. Uit de donkere lijnen (de zogenaamde absorptielijnen of fraunhoferlijnen) kan men veel informatie halen, namelijk over de chemische samenstelling van de lichtbron. Elke lijn vertegenwoordigt een bepaald element of een bepaalde stof. Ook bij aardse lichtbronnen kunnen zulke lijnen de samenstelling van de bron verraden. Dit bevestigt de informatieve waarde van deze absorptielijnen.

Bij de roodverschuiving echter verschuiven deze lijnen in de richting van het rood en het infrarood, zoals duidelijk te zien is als we de lijnen op de twee plaatjes met elkaar vergelijken. Hoe verder de lijnen verschoven zijn, hoe sneller de sterren zich van onze aarde verwijderen. (In dit geval is dat ongeveer 21.000 km / sec.). En hoe groter de afstand tussen ons en deze sterren waarschijnlijk is. Men stelt in dit geval de afstand op 1 miljard lichtjaar.

Wat betreft de roodverschuiving moge het duidelijk zijn, dat we hier met grote voorzichtigheid mee om moeten gaan. Ook de wetenschap kan er naast zitten. De berekeningen met behulp van de meetkunde en de goniometrie kunnen zeer nauwkeurig zijn. Dus de berekende afstanden tot de sterren die relatief dichtbij staan zullen waarschijnlijk wel kloppen. Maar als de sterren heel ver weg staan en men andere methoden gaat gebruiken bij de afstandsberekening, wordt het al moeilijker om correcte gegevens te krijgen. Want andere factoren kunnen een rol mee gaan spelen. Toch zijn er mijns inziens genoeg aanwijzingen (op basis van duizenden uren studie en met behulp van apparatuur van miljoenen euro's) om aan te nemen dat het heelal inderdaad onvoorstelbaar groot is, en dat er inderdaad afstanden zijn van miljoenen lichtjaren!

De sterrenkundigen gaan ook niet over één nacht ijs (bij wijze van spreken). Ze hebben nog wel méér methoden voor de afstandsberekening dan de genoemde twee. Uit het spectrum van sterren kunnen zij niet alleen gegevens halen betreffende de roodverschuiving en de chemische samenstelling, maar ook betreffende de absolute helderheid. De absolute helderheid kan dan vergeleken worden met de schijnbare helderheid van de sterren. Hoe groter het verschil, hoe groter de afstand. Dit is een moeilijke methode, maar deze methode kan bij de dichtbijzijnde sterren steeds geijkt (dus gecontroleerd) worden met behulp van de parallax-methode (dus de methode met de hoeken waaronder wij de sterren zien). Op deze manier kan men deze methode steeds verbeteren. En als de verkregen formules voldoende betrouwbaar blijken te zijn, kan men die ook toepassen op sterren die verder weg staan.

Bij nog een andere methode voor het berekenen van de afstanden let men op de grootte van ons eigen sterrenstelsel, de Melkweg. Uit de parallax-methode weet men de onderlinge afstand van de dichtbijzijnde sterren (dus tot ongeveer 1000 lichtjaar). Men weet dan ongeveer hoe ver de sterren van elkaar af staan. Vervolgens weet men hoeveel sterren er ongeveer zijn in de Melkweg. Op die manier krijgt men een beeld van de totale doorsnede van de Melkweg. Deze wordt dan berekend op ongeveer 100.000 lichtjaren. De Melkweg heeft overigens de vorm van een schijf met een centrale verdikking (net als andere sterrenstelsels). De dikte van de schijf is dus veel minder dan de doorsnede ervan. Maar als ons eigen sterrenstelsel al een grootte heeft van 100.000 lichtjaar, dan moet de afstand tot de andere sterrenstelsels, die men meestal zonder teleskoop niet eens kan zien, nog veel groter zijn! Het wordt dan onvermijdelijk om over miljoenen lichtjaren te gaan spreken! Hierover straks meer, als ook de superreuzen besproken zullen worden, dat wil zeggen: De sterren die honderden of duizenden malen zo groot zijn als onze zon.

Dit betekent overigens wel dat we de sterren uit naburige sterrenstelsels (of die sterrenstelsels zelf) zien zoals ze miljoenen jaren geleden eruit zagen. Want hun licht is zo lang onderweg geweest om ons te bereiken. Dit lijkt in strijd te zijn met het eerste hoofdstuk van het bijbelboek Genesis. Want de scheppingsdagen zijn ongeveer 6 duizend jaar geleden geweest. Echter: De Bijbel begint met de woorden: "In het begin schiep God de hemel en de aarde." Er staat niet bij dat dit op de eerste scheppingsdag al plaatsvond. Het lijkt er veel meer op dat dit vóór de 6 scheppingsdagen al gebeurde. Want in het tweede bijbelvers wordt verteld dat de aarde woest en ledig was. Dit schijnt op de toestand te wijzen, die er was vóór God op de eerste dag het licht schiep. Kortom: Het scheppen van de hemel en de aarde, waarover de eerste woorden van de Bijbel gaan, kan een zeer lange tijd vóór de zesdaagse schepping hebben plaatsgevonden. In die tijd kunnen ook vele sterren geschapen zijn. Want het woord hemel ziet niet alleen op de plaats waar God woont, maar ook op de sterrenhemel en de blauwe hemel. Zo spreekt God in Genesis 15: 5 tot Abraham: "Zie nu op naar de hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt." Het is daarom niet zo vreemd om bij de woorden "In het begin schiep God de hemel en de aarde" ook aan de sterren te denken.

We lezen in Genesis 1: 16 en verder wel, dat God op de vierde dag de sterren schiep. Maar dat zou kunnen betekenen, dat de sterren toen pas zichtbaar werden op aarde. Misschien was er vóór die tijd steeds bewolking. Het licht dat op de eerste dag geschapen werd, was wellicht gewoon het zonlicht, dat door de wolken heen de aarde verlichtte. Als dat licht niet van de zon afkomstig was, maar een ander licht was, waarom zou God de zon dan nog geschapen hebben? Er was toch al daglicht? Sommige mensen vinden dat deze uitleg geweld doet aan de bijbeltekst, omdat er duidelijk staat, dat God op de vierde dag zon, maan en sterren schiep. Maar we moeten niet vergeten, dat de Bijbel geen wetenschappelijk boek is. De Bijbel is absoluut betrouwbaar, maar God heeft het taalgebruik van de Bijbel vaak aangepast aan het menselijke denkvermogen, opdat wij het zouden kunnen begrijpen. Zo lezen we in Genesis 11: 5 dat God uit de hemel naar beneden komt om de toren van Babel te bekijken. Maar dat is slechts een menselijke voorstelling van zaken. God behoeft nooit naderbij te komen om iets goed te kunnen zien. Hij ziet en doorgrondt alles wat er bestaat in het ganse heelal! Want anders zou Hij geen almachtig God zijn!

Eigenlijk is het juist een mooie gedachte om er vanuit te gaan dat vele sterren er miljoenen of zelfs miljarden jaren geleden ook al waren. Want op die manier wordt God voor ons nog veel groter dan wanneer we ervan uitgaan dat ook de sterren niet ouder zijn dan zesduizend jaar. God bestaat immers van eeuwigheid tot eeuwigheid!!! Dus Hij was er miljarden jaren geleden ook al. En ook toen was Hij de almachtige Schepper! Deze wetenschap kan ons er des te meer toe bewegen om Hem lof en eer te geven en te aanbidden!


God heeft geen begin en geen einde.

Sommige mensen nemen soms hun toevlucht tot vreemde verklaringen, omdat zij enerzijds moeten erkennen, dat het heelal inderdaad zo gigantisch groot is, terwijl zij anderzijds blijven volhouden dat het heelal nog erg jong is (bij die miljoenen jaren vergeleken). Zij stellen dan bijvoorbeeld dat God het licht van de sterren dusdanig heeft geschapen, dat het al heel ver onderweg was naar ons toe, opdat wij mensen dat licht spoedig zouden kunnen zien. Maar voor zo'n verklaring is geen goede grond. God maakte alles mooi, compleet en harmonieus. Hij had gemakkelijk sterren kunnen scheppen, die veel kleiner zouden zijn, en die veel dichter bij ons zouden staan. Hun licht zou dan heel gauw bij ons mensen arriveren. Maar God deed het anders in Zijn eindeloze grootheid! Ja, in Zijn eindeloze grootheid schiep Hij een heelal, dat ons vanwege zijn grootte blijft verwonderen, en ons blijft aansporen om Hem als Schepper vanwege Zijn grootheid te aanbidden en te verheerlijken!

De sterren en sterrenstelsels moeten inderdaad gigantisch ver van elkaar, en dus ook van ons, af staan (zoals hierboven al aangetoond werd). Want ze zijn enorm groot, terwijl we ze toch slechts zien als lichtpuntjes (als we ze tenminste nog kunnen zien; hoe sterker de teleskoop is die we gebruiken, hoe meer sterren en sterrenstelsels we kunnen zien). Als de onderlinge afstanden niet gigantisch groot zouden zijn, zouden ze te dicht op elkaar staan! Alleen ons eigen melkwegstelsel heeft, zoals gezegd, al ongeveer 100 miljard sterren! En vele daarvan zijn veel groter dan de zon!

De zon heeft, zoals gezegd, een doorsnede van 109 maal de doorsnede van de aarde (om de driedimensionale inhoud maar even buiten beschouwing te laten). Maar de ster Sirius is in doorsnede al 196 keer de doorsnede van de aarde! En de ster Pollux 546 keer. De ster Arcturus 3270 keer. De ster Rigel 6770 keer. De ster Betelgeuze 71000 keer. De ster Antares 86900 keer. De ster VY Canis Majoris 213000 keer. De ster Mu Cephei 273000 keer. En de ster VV Cephei 288000 keer! (De genoemde getallen zijn slechts benaderingen, ook omdat sterren vaak niet zuiver rond zijn. Ze zijn vaak in meerdere of mindere mate afgeplat aan de polen, als gevolg van de middelpuntvliedende kracht. Bovendien verschilden de geleerden vaak van inzicht. Sommigen beschouwden de ster VY Canis Majoris als de grootst bekende ster. Misschien hadden zij tijdens hun publicatie Mu Cephei en VV Cephei nog niet ontdekt).

Wat kunnen we ons hier nog bij voorstellen? Zoals we gezien hebben zou een auto ruim 16 dagen nodig hebben om de aarde rond te rijden, als hij 100 km per uur zou gaan, en rechtdoor zou kunnen gaan. Een vliegtuig met een snelheid van 1000 km per uur zou er minder dan 2 dagen over doen. Maar op de ster VV Cephei schiet men helemaal niet op met zulke snelheden. Want op die manier zou het vliegtuig 1315 jaar nodig hebben om helemaal rond te vliegen! (Gesteld dat het vliegtuig niet zou verbranden door de hitte). De doorsnede van deze ster is ongeveer 25 maal zo groot als de afstand van onze zon tot de aarde! En ongeveer 9500 maal zo groot als de afstand van de maan tot de aarde!

We kunnen het ons ook als volgt voorstellen: Als de zon een klein balletje is ter grootte van tien centimeter (in doorsnede), dan heeft deze ster een grootte van een zeer hoge toren van 264 meter! (De omtrek van deze ster is dan 829 meter, dus bijna een kilometer). Maar de aarde is dan (bij deze verhoudingen) gelijk aan een stipje van nog geen millimeter in doorsnede, dat zich op een afstand van 10,74 meter van het kleine balletje (de zon) bevindt. De maan is daarbij een stipje van nog minder dan een kwart millimeter, dat zich op een afstand van ongeveer 2,76 centimeter van het andere stipje (de aarde) bevindt!


De aarde in verhouding tot de zon. En de aarde en de zon bij een van de grotere sterren

De genoemde reusachtige sterren (zoals er veel meer zijn) behoren alle tot ons eigen melkwegstelsel. Maar daarnaast heeft onze Melkweg nog ongeveer 100 miljard andere sterren! Ons sterrenstelsel moet dus wel gigantisch groot zijn! Maar het is, zoals gezegd, niet het enige sterrenstelsel in het heelal. Er zijn meer dan 100 miljard andere sterrenstelsels! Daarvan is de Andromedanevel (naast ons eigen melkwegstelsel) wel het meest bekend. (En het is weer groter dan ons sterrenstelsel). Maar hoe verder we met onze teleskopen kijken, hoe meer sterrenstelsels we ontdekken. God die alles gemaakt heeft is echt eindeloos groot!

Hoe verder we met onze teleskopen kijken .... hoe meer sterrenstelsels we ontdekken! Samenvattend gezegd: In totaal zijn er meer dan 200 miljard sterrenstelsels. En elk sterrenstelsel heeft ongeveer 200 miljard sterren. En de gemiddelde doorsnede van een ster is ongeveer 1.500.000 km. Dat is bij benadering honderd maal de doorsnede van onze aarde!

Onder degenen die de wetenschappelijke resultaten in twijfel trekken zijn ook mensen die zeggen, dat we de lichtsnelheid nooit kunnen meten, omdat het licht veel te snel gaat. Nu zal ik echt niet zeggen, dat de wetenschap altijd gelijk heeft. Hierboven maande ik reeds tot grote voorzichtigheid! Maar de lichtsnelheid is in ieder geval wel exact te meten en te berekenen met de juiste technieken. Reeds in de zeventiende eeuw berekende Christiaan Huygens de lichtsnelheid op 220.000 km per seconde. Hij zat dus nog een heel eind af van de werkelijke waarde van 300.000 km per seconde. Maar reeds in die tijd wist men in welke richting men het zoeken moest. Men had bijvoorbeeld al lang door dat het licht zeer veel sneller gaat dan het geluid. Het geluid heeft 'slechts' een snelheid van ongeveer 340 meter per seconde (afhankelijk van de temperatuur en de luchtvochtigheid).

In het jaar 1849 heeft de Fransman Fizeau de lichtsnelheid gemeten door een lichtstraal te laten vallen door een ronddraaiend tandwiel met 720 tanden. Het tandwiel draaide snel rond. De draaisnelheid was overigens voortdurend aan te passen. Op een afstand van 8633 meter achter het tandwiel was een spiegel opgesteld. Het zal wel een zeer grote spiegel geweest zijn. De rotatiesnelheid van het tandwiel werd nu net zo lang verhoogd of vertraagd, totdat de lichtstraal bij terugkomst van de spiegel precies door het volgende gat tussen de tanden ging. Bij ongeveer 25 omwentelingen per seconde was dat het geval. Bij een rotatiesnelheid van 25 omwentelingen per seconde duurt één omwenteling natuurlijk slechts één 25-ste seconde. Alvorens een nieuwe tand de positie van de oude tand heeft ingenomen, gaat er dus slechts één 18000-ste seconde voorbij (nl. het 720-ste deel van één 25-ste seconde). Het licht heeft in die tijd (van slechts één 18000-ste seconde) reeds 17266 meter afgelegd (heen en terug over de afstand van 8633 meter). Dus in 1 volle seconde zou het licht 18.000 maal 17266 meter = ongeveer 310.000 km afleggen. De lichtsnelheid is dus bij benadering 300.000 km per seconde!

Overigens waren de metingen van Fizeau uit 1849 nog niet zo heel nauwkeurig. Hij kwam uit op een snelheid van 315.000 km per seconde. Dat was iets te veel! (Misschien heeft hij gedacht dat zijn tandwiel bij de optimale draaisnelheid meer dan 25 toeren per seconde maakte, terwijl het in werkelijkheid juist iets minder dan 25 moet zijn geweest. Tenminste: Als alle andere gegevens kloppen. Hij kan bijvoorbeeld ook de afstand tot de spiegel verkeerd berekend hebben. De spiegel was tenslotte ruim 8 km verwijderd en meestal is er geen rechte weg over zo'n afstand). Maar later hebben andere mensen een dergelijke proef overgedaan met een grotere nauwkeurigheid en met betere apparatuur. En daardoor weten wij nu dat de lichtsnelheid in vacuum 299.792,458 km/sec is. Maar hier op aarde gaat het licht gewoonlijk niet door vacuum heen. In dat geval is het licht iets langzamer (al scheelt het maar een fractie). We doen er daarom goed aan om de waarde gewoon af te ronden op 300.000 km per seconde. Ook als we deze snelheid toepassen op het heelal werken we met voldoende nauwkeurigheid.

Het is overigens nog de vraag of de lichtsnelheid de hoogst mogelijke snelheid is. In Zwitserland heeft de organisatie CERN met een grote deeltjesversneller onderzocht of neutrino's (subatomaire deeltjes met een zeer geringe massa) misschien nog iets sneller gaan dan het licht. Maar als dat zo zou zijn, zou het verschil toch niet groot zijn. Inmiddels is wel gebleken dat de neutrino's de lichtsnelheid niet overtreffen.


Plaatje 1 van deze 2: Vereenvoudigde voorstelling van de meting van de lichtsnelheid door de Fransman Fizeau in 1849. In werkelijkheid ging de lichtstraal bij terugkomst van de spiegel door de volgende opening tussen 2 tanden. Plaatje 2 van deze 2: De Large Hadron Collider (LHC), de deeltjesversneller van de organisatie CERN in Zwitserland, nabij Genève, 175 meter onder de grond. Deze ligt in een tunnel met een omtrek van 17 kilometer. Bij CERN werken 3000 mensen fulltime. Hieruit blijkt wel hoe veel men er tegenwoordig voor over heeft, om natuurkundige verschijnselen te onderzoeken!

Maar om terug te keren tot de grootte van het heelal: In feite weten we helemaal niet wat zich bevindt buiten het voor ons zichtbare heelal. Binnen het heelal dat wij kunnen zien gaan de lichtstralen niet in een rechte lijn, maar in een gebogen lijn. Want door de aantrekkingskracht van alle hemellichamen wordt het licht afgebogen. (Deze afbuiging is natuurlijk zeer gering. Op aarde merken we daar niets van. Maar als het licht vele duizenden jaren onderweg is, kan het wel een rol van betekenis gaan spelen). Op den duur kan het licht helemaal rond gaan (binnen het heelal dat wij kunnen zien). Het lijkt erop dat het licht gevangen zit in het voor ons waarneembare heelal. Maar wat bevindt zich daarbuiten? Dat weet eigenlijk niemand. We kunnen er hooguit naar raden. Maar wat stellen onze menselijke gissingen voor? God is gewoon veel te groot om ten volle door ons ontdekt te kunnen worden! De mens is wel in staat om enorme apparaten te bouwen (zoals de LHC bij Genève) om te onderzoeken wat hij waarneemt of veronderstelt, in de wereld en het heelal om zich heen. Maar op een gegeven ogenblik houdt het op. En als men met veel moeite erin slaagt om een deur te openen (waardoor men weer wat meer te weten komt), stuit men op vele nieuwe deuren! Hoe meer men weet, hoe meer vraagtekens er ontstaan!

En dan hebben wij het nog niet eens over de geestelijke machten en krachten (we kunnen hier vooral aan de demonen denken) die heel dichtbij kunnen zijn, bijvoorbeeld in ons eigen huis of onze eigen ziel. En toch ziet niemand ze. De meeste mensen geloven niet eens in hun bestaan, omdat ze niet waar te nemen zijn met onze zintuigen en met aardse apparatuur. Maar hun werking in deze wereld is niet mis, zoals elders in deze website te lezen is!

Er is in het heelal altijd méér dan we met onze zintuigen kunnen zien, horen, voelen, proeven, en ruiken, en hetgeen zich openbaart in de vorm van het infrarood, het ultraviolet, radiostraling, röntgenstraling, gammastraling en radioactiviteit. Op 12 april 1961 maakte de Rus Yuri Gagarin met de Vostok 1 een ruimtereis rond de aarde van 89 minuten en 46 seconden. Bij terugkomst uit de ruimte zou hij gezegd hebben: "Ik heb God nergens gezien!" Maar later zei kolonel Valentin Petrov, die een vriend van Yuri was, dat Yuri dat nooit gezegd zal hebben. Petrov beweerde dat het een uitspraak is geweest van de toenmalige Russische president Nikita Chroetsjov. De president zou gezegd hebben: "Gagarin vloog in de ruimte, maar zag God niet." Voor ons maakt het niet zo veel uit wie het gezegd heeft. Het is ten allen tijde onjuist. God is niet waar te nemen met menselijke en aardse middelen. Maar Hij is wel onze Schepper! We kunnen Hem alleen maar leren kennen door erop te letten hoe Hij Zich aan het mensdom geopenbaard heeft, in het bijzonder door de profeten, en door Zijn Zoon, die als mens heel dicht bij ons kwam. God neemt ons mensen wel waar! En op Zijn tijd zal Hij de mensen ter verantwoording roepen voor hetgeen zij op aarde gedaan hebben.

God vraagt ons niet om Hem en Zijn werken in alles te begrijpen, maar om Hem in alles te gehoorzamen. Dit wil overigens niet zeggen, dat we ons niet bezig mogen houden met de Sterrenkunde en alles wat we in het heelal waar kunnen nemen. Integendeel! Als we onze grenzen maar kennen en Gods grootheid en heerlijkheid maar in Zijn Schepping zien! Want Hij heeft alles geschapen tot Zijn eer! Zouden we Hem dan niet aanbidden vanwege Zijn eindeloze grootheid?


C. Bijzondere fenomenen

Voorstelling van een zwart gat, dat materiaal van een ster af trekt. Eerst vormt deze materie een ronddraaiende schijf (een accretieschijf) rond het zwarte gat. Een deel van de materie valt vervolgens in het zwarte gat, en een ander deel (nog steeds gasvormig) wordt weggespoten in een richting loodrecht op de schijf.

1. Neutronen-sterren

Afgezien van de grootte heeft het heelal vele bijzonderheden, te veel om op te noemen. Maar heel bijzonder is het verschijnsel van de neutronensterren!! Wat verstaat men daaronder? Om dat te begrijpen moeten we eerst iets weten over de opbouw van de materie. De materie (vast, vloeibaar of gasvormig) bestaat uit moleculen. Moleculen zijn de kleinste eenheden van een stof, die nog de eigenschappen hebben van die stof. Als men de moleculen (zo mogelijk) splitst krijgt men andere elementen. Zo bestaat water uit waterstof en zuurstof. Als men de watermoleculen splitst krijgt men waterstof-atomen en zuurstof-atomen. In een proefopstelling kan dit eenvoudig uitgevoerd worden door lichte elektrische stroom door water te laten gaan. Vaak voegt men dan nog wat zwavelzuur of natriumsulfaat toe aan het water, om het beter geleidend te maken voor de elektrische stroom. Aan de positieve pool ontstaat dan zuurstof en aan de negatieve pool waterstof.

Alle materie op aarde bestaat in wezen uit atomen. Atomen hebben een atoomkern waaromheen één of meer elektronen draaien. (Draaibewegingen zijn er dus niet alleen in het heelal, maar ook in de elementaire deeltjes van alle stoffen op aarde!). Elektronen hebben een negatieve lading. De atoomkernen bestaan weer uit protonen en neutronen. Protonen hebben een positieve lading. Neutronen zijn wat dit betreft neutraal. Maar het bijzondere is nu dat de atomen voor 99,9999999999999 procent bestaan uit lege ruimte! Of anders gezegd: Het volume van de atoomkern en de elektronen tezamen is slechts 0,0000000000001 % van het totale volume van het atoom. Of nog anders gezegd: In het atoom is 1.000.000.000.000.000 maal zoveel volume als in de atoomkern en de elektronen. (Dit is miljoen maal miljard. Hier staan nog meer nullen dan bij de procentuele opgave, omdat 1 % reeds het honderdste deel aangeeft). Toch heeft een geheel atoom slechts de grootte van 60 tot 275 pm. (Pm = picometer. Een picometer is het duizend-miljardste deel van een meter, dus het miljardste deel van een millimeter).

Zoals we gezien hebben kunnen sterren gigantisch groot zijn. Hoe meer massa een ster heeft, hoe groter de aantrekkingskracht deze zal hebben, niet alleen op omringende hemellichamen, maar ook op zichzelf. Zo kan het gebeuren dat de ster onder zijn eigen enorme gewicht in elkaar stort. De verschillende atomen worden dan samengeperst. De elektronen en protonen komen dan zo dicht bij elkaar, dat ze fuseren tot neutronen. De materie bestaat dan alleen nog maar uit neutronen. Aangezien er oorspronkelijk zo veel lege ruimte was in de atomen, kan de materie gigantisch gecomprimeerd worden! Er kan dan materie ontstaan die per volumeëenheid 1.000.000.000.000.000 maal zo zwaar is als in het begin!

Om een voorbeeld te noemen: Een hoeveelheid materie ter grootte van een speldenknop (hierbij kan men denken aan een plastic bolletje van 2,5 millimeter in doorsnede) kan dan even zwaar worden als 250 volgeladen zeeschepen bij elkaar! Onze zon, met een doorsnede van 1.390.000 km, krijgt dan een doorsnede 13,9 km. Voor een ster is dat extreem weinig. Maar zijn gewicht blijft daarbij hetzelfde. Het moge duidelijk zijn dat zulke gecomprimeerde materie op onze aarde niet kan bestaan. Door zijn eigen gewicht zou die materie overal doorheen vallen (zelfs door gehard staal) en zou pas tot rust komen in het centrum van het binnenste van de aarde. De sterren die op deze wijze zijn gecomprimeerd en alleen nog maar uit neutronen bestaan, noemt men neutronensterren.


2. Supernova's (als voorstadia van neutronensterren)

Dit in elkaar storten van sterren gebeurt nog gemakkelijker bij de supernova's. Een supernova is een ster die explodeert, en daarbij miljoenen malen meer licht uitzendt dan oorspronkelijk het geval was. Op aarde kan hij dan overdag zichtbaar worden, ook als hij eerst niet eens zichtbaar was in de nacht. Daarbij slingert hij een groot deel van zijn materie de ruimte in. Een bijzonder voorbeeld hiervan is de supernova die op aarde gezien werd op 4 juli van het jaar 1054. De weggeslingerde materie kunnen wij tegenwoordig nog steeds zien als de Krabnevel in het sterrenbeeld Stier. Deze bevindt zich op een afstand van 6500 lichtjaar van de aarde. Supernova's kunnen ook nu nog voorkomen, maar ze zijn zeer zeldzaam, soms minder dan één in de honderd jaar. (Tenminste: Wat betreft de supernova's die voldoende opvallen). Als ze zich voordoen kan hun extreem verhoogde helderheid enkele weken aanhouden. Daarna kunnen ze weer bijna of geheel onzichtbaar voor ons worden, tenzij ze verhoudingsgewijs dicht bij onze aarde staan.

De krabnevel in het sterrenbeeld Stier, een overblijfsel van een supernova uit het jaar 1054

Na de explosie van een supernova valt een deel van de uitgestoten materie weer terug op de ster. Dit gebeurt met zoveel kracht, dat er dan nog eerder dan anders een neutronenster kan ontstaan. Zulke sterren storten dan in elkaar door de snelheid van de terugvallende materie. Inderdaad is er in het centrum van de Krabnevel ook een neutronenster ontstaan. Doordat hij verhoudingsgewijs zo klein is en toch zoveel massa heeft, draait hij zeer snel om zijn as. Onze aarde draait in 24 uur om zijn as. Maar deze neutronenster in 30 seconden! Er zijn zelfs neutronensterren die in een fractie van een seconde om hun as draaien! Soms zijn er 760 omwentelingen per seconde!

Iemand zou kunnen zeggen: Hoe kunnen we dat nu weten? Maar het is zo dat de neutronensterren radiostraling uitzenden. En die kunnen wij op aarde opvangen met behulp van een radioteleskoop. Aangezien sommige gebieden op de neutronenster meer straling uitzenden dan andere gebieden, ontvangen wij op aarde een radiostraling die voortdurend verandert. Zulke neutronensterren worden daarom wel pulsars genoemd. (Pulseren = kloppen). Het was voor de sterrenkundigen behoorlijk sensationeel om de pulsars te ontdekken. En dat is ook begrijpelijk. Veel hemellichamen draaien (mede vanwege hun grootte) uitermate langzaam om hun as. De relatief grote planeet Jupiter is vrij snel, en doet minder dan 10 uur over een volledige omwenteling. Maar onze aarde al 24 uur. De zon ongeveer 25 dagen. De planeet Mercurius ruim 58 dagen. Venus 243 dagen. Rode reuze sterren 13 jaar of meer. Het was dus een spectaculaire ontdekking dat sommige sterren in minder dan een seconde om hun as draaien!


3. Zwarte gaten

Maar sterren kunnen nog verder in elkaar storten dan bij neutronensterren gebeurd is. De neutronen, die in zulke sterren reeds tegen elkaar aan gedrukt zijn, kunnen dan ook nog bezwijken en in elkaar gedrukt worden onder het gewicht van de ster, of als gevolg van de klap als een deel van de uitgestoten materie bij een supernova weer op de ster terugvalt. Het hemellichaam wordt dan zo massief, dat zelfs licht daaruit niet meer ontsnappen kan. Het wordt dan zwart voor onze waarneming. En vanwege zijn enorme aantrekkingskracht trekt hij alles aan wat in zijn buurt komt. De materie valt dan als het ware in een zwart gat. Vandaar dat wij zulke fenomenen zwarte gaten noemen. Zij vormen een ware bedreiging voor hun omgeving. Alles in die omgeving dreigt te worden opgeslokt. Hoe ver zal dit doorgaan? Zal alles in het heelal uiteindelijk door zwarte gaten worden verzwolgen? Deze vraag wordt wel eens gesteld. Maar als wij de oneindige Schepper van hemel en aarde als onze liefhebbende Vader kennen, hebben wij niets te vrezen! Hij heeft alles geschapen, en Hij houdt alles volmaakt onder controle. En Hij werkt toe naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar alles volmaakt, lieflijk en heerlijk zal zijn!

Hoe weten wij eigenlijk dat zwarte gaten bestaan, als wij ze niet eens kunnen zien, omdat ze voor ons zwart zijn? In de eerste plaats door hun omgeving. De accretieschijf rondom een zwart gat zendt o.a. licht en röntgenstraling uit. Maar ook is het zo dat hemellichamen in de buurt van een zwart gat, die daardoor nog niet opgeslokt zijn, van baan veranderen. Een zwart gat oefent immers een enorme aantrekkingskracht uit op zijn omgeving vanwege zijn extreem gecomprimeerde massa. Gelukkig is er in de buurt van onze aarde geen zwart gat met een dusdanige grootte, dat het een gevaar voor onze aarde zou kunnen opleveren. Het dichtstbijzijnde zwarte gat bevindt zich in het melkwegstelsel op ongeveer 1600 lichtjaar van de aarde, en wordt aangeduid met V4641 Sgr, aangezien het zich bevindt in het sterrenbeeld Sagittarius (= Boogschutter).


4. Quasars

Zeer bijzonder zijn ook de zogenaamde quasars. Zij vallen niet op als wij ze zien door teleskopen op aarde. Maar in werkelijkheid kunnen zij evenveel licht uitzenden als 100 of meer gehele sterrenstelsels (van gemiddelde grootte) tezamen. Hun absolute helderheid kan gelijk zijn aan duizend miljard maal die van de zon. Zij zenden zodoende ook miljoenen malen zoveel licht uit als de rode superreuzen en andere enorm grote sterren. Het feit dat zij bij gewone waarnemingen niet opvallen, komt doordat zij zich zeer ver bij ons vandaan bevinden in het heelal. Hun omvang kan minder spectaculair groot zijn, omdat ze net als neutronensterren zeer gecomprimeerd kunnen zijn. In hun centrum kan zich een superzwaar zwart gat bevinden. (Want ieder sterrenstelsel heeft ook een extra zwaar zwart gat in het centrum. Door de enorme aantrekkingskracht ervan wordt het gehele sterrenstelsel bij elkaar gehouden). Momenteel zijn er meer dan 60.000 quasars bekend. De quasar met de grootst bekende absolute helderheid wordt aangeduid met 3C 273, en bevindt zich op ongeveer 2 miljard lichtjaar van de aarde. Deze is te vinden in het sterrenbeeld Maagd, en te zien op de eerste foto hieronder.

Plaatje 1 van deze 3: De quasar 3C 273, gefotografeerd door de Hubble-ruimteteleskoop. In het midden is duidelijk een zwart gat te zien. Deze quasar staat ongeveer 126.000.000.000.000 maal zo ver van ons vandaan als onze zon. Plaatje 2 van deze 3: De quasar PG 0052+251, eveneens op een Hubble-foto. Niet in alle quasars is voor ons een zwart gat te zien. In ieder geval zenden sommige quasars afzonderlijk evenveel licht uit als 1000 miljard zonnen tezamen. Plaatje 3 van deze 3: Nog meer Hubble-foto's van quasars. Quasars zijn vaak in gezelschap van sterrenstelsels, maar overtreffen deze gewoonlijk in helderheid.

Het woord quasar is afgeleid van het Engelse "quasi-stellar radio source". Quasi = alsof. Het object doet zich voor als een ster, en is een sterke radiobron. Maar zoals gezegd is ook zijn helderheid in het zichtbare licht opvallend, als men rekening houdt met de afstand. Niets in het heelal overtreft de quasars in helderheid, afgezien van de supernova's en de nog sterkere gammaflitsen. Maar die beide zijn slechts van korte duur. (De gammaflitsen duren slechts enkele duizendste seconden tot enkele minuten. Men denkt daarbij aan de mogelijkheid van een botsing en samensmelting van 2 neutronensterren, of aan hypernova's, dat wil zeggen: extra zware explosies van zeer zware sterren). Quasars zijn dus gigantische en langdurige energiebronnen. Als de '3C 273' net zo ver van de aarde af zou staan als de dichtstbijzijnde ster, zou onze aarde al vernietigd worden. (Want op een 8 maal grotere afstand zou deze quasar al zo helder zijn als de zon!). Hoe het ook zij: Zowel onze aarde als de quasars zijn in Gods hand!

Zoals gezegd zijn ze zeer ver bij ons vandaan in het heelal. Niettemin staan ze al op oude sterrenkundige foto's uit de negentiende eeuw, hoewel men toen nog niet wist, dat men te doen had met zeer bijzondere fenomenen. Ze begonnen pas op te vallen toen men hun sterke radiostraling ontdekte, en hun zeer grote roodverschuiving. Zo ontdekt de mens steeds weer nieuwe dingen die verwondering opwekken. God is ook eindeloos groot. Als wij na dit aardse leven bij Hem mogen zijn, in Zijn heerlijkheid, zal alles tot in eeuwigheid glorieus voor ons blijven!


5. Kometen

Het feit dat God alles volkomen regelt en leidt blijkt ook uit het feit, dat Hij een ster gebruikte om de Wijzen uit het Oosten (uit het Bijbelverhaal) de weg te wijzen naar de plaats waar Zijn eigen Zoon, in de gestalte van een baby, zich bevond. Wat voor hemellichaam was het precies? Vermoedelijk een komeet. Het werd dan een ster genoemd omdat iedereen wist wat een ster was. Als er een moeilijk woord gebruikt zou zijn, zouden velen het verhaal niet meer begrijpen. En iedereen moest juist weten dat Gods Zoon op aarde was gekomen, en dat God dit gepaard liet gaan van wonderen en tekenen! God kan, als de Almachtige, alle hemellichamen gebruiken zoals Hij dat wil. Bij de wederkomst van de Heere Jezus zal Hij opnieuw tekenen geven aan de hemel! Mattheüs 24: 29: "En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden."

In het artikel over uitgekomen profetieën op deze website is al het een en ander gezegd over de zogenaamde Ster van Bethlehem. In het jaar vijf vóór onze jaartelling is er een bijzondere 'ster' zichtbaar geweest in het sterrenbeeld Steenbok. De geschiedenis-schrijvers hebben deze beschreven als een "vegende ster". Het zal dus vermoedelijk een komeet geweest zijn, want een komeet is een staartster, vanwege zijn lange nasleep. De Here Jezus is eveneens in die tijd geboren, dus ongeveer in het jaar vijf voor het begin van onze jaartelling. De monnik Dionysius Exiguus, die in de zesde eeuw onze jaartelling heeft ingesteld, heeft bij het terugrekenen namelijk een fout gemaakt van minstens 4 jaar. Want koning Herodes stierf in het jaar 4 voor Chr. En de Here Jezus was vóór die tijd al geboren. Deze rekenfout wordt tegenwoordig erkend door de meeste wetenschappers. Kortom: De genoemde komeet is waarschijnlijk de 'ster' geweest, die de Wijzen uit het Oosten de weg heeft gewezen naar de geboren 'Koning der Joden'! Een komeet is een bijzondere verschijning. Geen wonder dat die indruk maakte op de Wijzen!

Kometen zijn veel kleiner dan sterren. De kernen ervan hebben een middellijn van 1 tot 100 kilometer, en bestaan vooral uit steengruis, ijs en gestold gas. (Bij zeer lage temperaturen krijgt gas een vloeibare en uiteindelijk een vaste vorm). Ze volgen een elliptische baan rond de zon. Hun afstand tot de zon kan enorm variëren. Ze volgen dus niet zo'n mooie baan om de zon als de planeten. Als ze in de buurt van de zon komen, smelt en verdampt het ijs en het gas. Er ontstaat dan een gasvormig omhulsel om de kern heen. Door de straling van de zon en door de zogenaamde zonnewind (een stroom elektrisch geladen deeltjes die door de zon worden uitgestoten) wordt het gasvormige omhulsel naar achteren geblazen (van de zon af) en vormt zo de komeetstaart. Deze kan soms wel honderd miljoen kilometer lang worden!


Plaatje 1 van deze 2: Een komeet kan een indrukwekkende verschijning zijn met een lange staart, zoals de komeet McNaught, die zichtbaar was van aug. 2006 tot febr. 2007. Plaatje 2 van deze 2: De komeet Hale-Bopp, die te zien was in maart 1997, had een kortere staart.

6. Vallende sterren of meteoren/meteorieten

Vallende sterren (of meteoren) zijn weer heel wat anders. Deze objecten van steen en/of ijzer zijn vaak minder dan een centimeter in doorsnede. Maar ze vallen met een dusdanige snelheid (tientallen kilometers per seconde) de dampkring van de aarde binnen, dat ze door wrijving met de omringende lucht verbranden. De omringende lucht wordt daarbij geïoniseerd en licht ook op. (Ionisatie wil zeggen dat atomen een elektron verliezen of erbij krijgen). Wij zien ze dan als een lichtflits en noemen ze vallende sterren, hoewel ze helemaal geen sterren zijn. Soms komen ze in zwermen voor. Wij spreken dan van sterrenregens. Wanneer een meteoor niet geheel in de lucht verbrandt, valt het overblijfsel op aarde. Wij noemen deze dan een meteoriet. Meteorieten kunnen zeer groot zijn (soms vele meters in doorsnede) en veroorzaken in onze dampkring een vuurbol of bolide. In de aarde slaan ze dan een krater. Grote meteorieten zijn gelukkig zeer zeldzaam, want anders zouden ze voor ons mensen een enorm gevaar betekenen. De Barringerkrater in de staat Arizona in de Verenigde Staten is ook door een meteoriet ontstaan en heeft een doorsnede van ongeveer 1300 meter en een diepte van ongeveer 170 meter. Overigens kunnen kraters ook ontstaan door vulkanen.

De maan, de planeet Mars, en vele andere hemellichamen, hebben veel meer kraters aan hun oppervlakte dan onze aarde. Waar bijna geen of helemaal geen dampkring is (zoals op de maan) verbranden de meteoren ook niet op hun weg naar de oppervlakte. Bovendien blijven de kraters dan langer zichtbaar, omdat ze niet of veel minder worden uitgewist door erosie en natuurlijke landschapsveranderingen.


Plaatje 1 van deze 2: De Barringerkrater in de staat Arizona in de Verenigde Staten. Plaatje 2 van deze 2: Kraters op de maan

7. Nevels

Verder zijn de nevels bijzondere verschijnselen in het heelal. Oorspronkelijk was het woord nevels een verzamelnaam voor allerlei objecten in het heelal, waaronder ook de sterrenstelsels. Tegenwoordig verstaat men onder de nevels bij voorkeur de enorme stof- en gaswolken tussen de sterren. Soms zijn zij overblijfselen van een supernova (een ontplofte ster) zoals de Krabnevel. Als nevels van zichzelf geen licht uitstralen kunnen zij toch zichtbaar voor ons worden, nl. door de sterren die zich daarin of daarbij bevinden. Door ionisatie, als gevolg van de straling van de sterren (de atomen krijgen dan een elektron meer of minder), kunnen de nevels zelf ook oplichten. In andere gevallen houden de nevels het licht van de sterren juist gedeeltelijk tegen. Al met al kunnen de nevels zeer mooie en wonderlijke verschijningen zijn.

Plaatje 1 van deze 2: De Trifidnevel (M 20) in het sterrenbeeld Schutter. Men mag er ook een adelaar in zien! (Een andere nevel is echter al naar de adelaar vernoemd). Plaatje 2 van deze 2: De Adelaarsnevel (IC 4703) in het sterrenbeeld Slang.

Plaatje 1 van deze 3: Detail Adelaarsnevel hierboven. Plaatje 2 van deze 3: De Miernevel (Mz 3) in het sterrenbeeld Winkelhaak (ook Norma genoemd). Plaatje 3 van deze 3: De Kalebasnevel (OH 231.84 +4.22) in het sterrenbeeld Achtersteven (ook Puppis genoemd)

Het lijkt erop alsof alles in het heelal slechts bepaald wordt door blinde natuurkundige wetten. Maar dat is slechts schijn. Als dat zo was zouden wij mensen nooit ontstaan zijn. Want uit levenloze materie kan nooit een levend wezen ontstaan, zeker niet een wezen dat zo enorm gecompliceerd in elkaar zit als een mens! En om nog extra te bewijzen dat Hij werkelijk bestaat en regeert heeft God in de loop der geschiedenis talloze wonderen verricht, en profetieën uitgesproken, die later uitgekomen zijn. Deze glorierijke God heeft alles in handen! Hij heeft alle pracht en praal in het heelal geschapen. En Hij wil voor eeuwig onze liefhebbende Vader zijn, namelijk als wij ons aan Hem onderwerpen, en vertrouwen op het offer van Zijn Zoon, de Here Jezus, die Zichzelf overgaf tot in de dood, opdat wij het eeuwige leven zouden verkrijgen! Zouden we deze Heiland en deze God dan niet liefhebben en eren met de inzet van heel ons wezen?

Klik HIER voor meer foto's over het heelal.