Door Gods kracht kunnen de ketenen van de demonie verbroken worden.

Demonie en bevrijding

A. Demonie in de Bijbel

Het woord demonie verwijst naar de demonen of boze geesten, de volgelingen van de duivel. Men neemt meestal aan dat de duivel zelf ook een demon is, nl. de hoofd-demon. Demonie kan voorkomen in allerlei soorten en gradaties. Een ernstige vorm is bezetenheid. Het slachtoffer is dan dusdanig in bezit genomen door duivelse machten, dat die machten bepalen wat er gebeurt in zijn of haar leven. Er is dan voor de bezetene weinig of geen ruimte meer voor eigen keuzes. In de Bijbel vinden we hiervan een voorbeeld in de bezetene van Gadara in Markus 5. Deze persoon woonde te midden van de graven en niemand kon hem dwingen om een ordelijk leven te gaan leiden. Zelfs als hij vastgebonden werd met ketenen en boeien was hij niet overwonnen. Want dan trok hij alles stuk waarmee hij gebonden was. Blijkbaar hadden de demonen hem bovennatuurlijke kracht gegeven. Ook riep hij veel en sloeg zichzelf met stenen.

Toen echter de Here Jezus naar hem toekwam, herkende hij onmiddellijk in de Here Jezus de Zoon van God. Daarom aanbad hij de Heiland en riep met luide stem: "Wat heb ik met U te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer u bij God, dat Gij mij niet pijnigt." De Here had de demonen namelijk de opdracht gegeven om uit de man te vertrekken. Ze waren toen bang, dat de Here Jezus hen naar de hel zou sturen, dus naar de plaats van het eeuwige vuur. Dit blijkt ook uit de parallelle tekst in Lukas 8: 31. Daar staat dat de demonen vroegen om niet naar de afgrond gestuurd te worden. Met die afgrond wordt de plaats bedoeld, waar de boze geesten terecht zullen komen na hun definitieve veroordeling. En dat is de hel.
Toen de Here Jezus naar zijn naam vroeg zei hij: "Mijn naam is Legio." Dat betekent: Legioen. Er was namelijk een legioen demonen in hem. En dat bleek ook al heel gauw. Ze vroegen namelijk om in een kudde van ongeveer 2000 zwijnen te mogen varen, die daar in de buurt weidde. De Here Jezus gaf daarvoor toestemming en toen werden de zwijnen bezeten. Ze sloegen op hol en vielen langs een steilte in de zee, waar de dieren verdronken.


Impressie van de dol geworden zwijnen

Dit verhaal roept wel enkele vragen op. Waarom liet de Here Jezus toe, dat de boze geesten in de zwijnen voeren? Ik denk, dat Hij dat deed, omdat daarmee het bewijs geleverd werd, dat er inderdaad duizenden boze geesten in de man aanwezig waren. Alle mensen, die het allemaal zagen gebeuren, kregen toen aanschouwelijk onderwijs, ook de discipelen of leerlingen van de Here Jezus. Dit onderwijs hadden deze leerlingen nodig. Want later zouden zij er zelf op uitgestuurd worden om mensen te genezen en van boze geesten te verlossen.
En waarom wilden de demonen in die zwijnen varen? Allereerst natuurlijk om een wegzending naar de hel te voorkomen. Maar vermoedelijk zat er meer achter. De demonen waren er misschien ook op uit, om de Here Jezus in een kwaad daglicht te stellen bij de mensen, die in die streek woonden. Want de eigenaars en verzorgers van de zwijnen waren opeens hun dieren kwijt, waaraan ze, naar men mag aannemen, geld verdienden. Daardoor vroegen ze aan de Here Jezus om uit hun landstreek te vertrekken. En dat deed Hij dan ook.

Verder kunnen we wel aannemen, dat de demonen, nadat de zwijnen verdronken waren, gewoon weer verder gingen in het land, zoekend naar één of meer nieuwe slachtoffers. Want ze hadden er natuurlijk niets aan om in dode beesten te blijven. Ook in deze tegenwoordige tijd gebeurt het vaak, dat demonen (al of niet na het overlijden van hun slachtoffer) van de ene persoon op de andere overgaan. Dit kan een zoon of dochter zijn, of een andere nabestaande. Maar de hedendaagse demonie komt straks nog apart ter sprake.

Over een andere vorm van demonie lezen we in Lukas 11: 14. Daar wordt verteld over iemand die door de werking van een demon stom is. Toen de demon was uitgedreven kon die persoon weer spreken.
Het komt nogal eens voor, dat een bepaalde ziekte, kwaal of aandoening veroorzaakt wordt door één of meer demonen. Zo wordt in Lukas 13: 11 - 17 verteld over een vrouw die al 18 jaar een kromme rug had en zich daardoor niet op kon richten. De Here Jezus genas haar echter en verklaarde (toen de overste van de synagoge deze genezing veroordeelde, omdat het op een sabbat geschiedde), dat de satan (= de duivel) haar 18 jaar had gebonden. Hier was dus ook sprake van een vorm van demonie.


Impressie van de genezing van de vrouw met de verkromde rug

De demonie was duidelijker zichtbaar voor de omstanders bij de maanzieke jongen, waarover verteld wordt in Markus 9: 14 - 27. Door de demonie kwam er schuim op zijn mond, knerste hij met zijn tanden, viel op de grond en gedroeg zich alsof hij verscheurd werd. Op deze manier liet de demon de jongen ook vaak in het vuur of in het water vallen. Maar door het bevel van de Here Jezus ging de demon uit de jongen weg.

Waarzeggerij is ook het werk van demonen. Toen de apostel Paulus bij de stad Filippi was, werd hij nageroepen door een vrouw met een waarzeggende geest. (Handelingen 16: 16 - 18). Zij kon aan andere mensen dingen vertellen, die zij alleen kon weten doordat een demon die aan haar bekend had gemaakt. Na enkele dagen was Paulus dat naroepen zo zat, dat hij de waarzeggende geest gebood om de vrouw te verlaten. En dat gebeurde ook. Daardoor kwam Paulus in de gevangenis, omdat andere mensen door de waarzeggerij van die vrouw geld verdienden. Na het uitdrijven van de boze geest kon dat niet meer, zodat die mensen kwaad op Paulus werden.
Door goddelijk ingrijpen (er kwam een aardbeving) kwam Paulus weer uit de gevangenis. Zo toonde God keer op keer Zijn macht! En door deze geschiedenis had God ook aan de mensen laten zien, dat de waarzeggerij door een boze geest veroorzaakt werd. En dat deze altijd moeten wijken voor de kracht van God!

Weer een andere vorm van demonie zien we bij Joodse schriftgeleerden en Farizeeën. De Here Jezus sprak iets bijzonders over hen, nl. in Mattheüs 12: 43 - 45. Daar lezen we:
43. En wanneer de onreine geest van den mens uitgegaan is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust, en vindt ze niet.
44. Dan zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, van waar ik uitgegaan ben; en komende, vindt hij het ledig, met bezemen gekeerd en versierd.
45. Dan gaat hij heen en neemt met zich zeven andere geesten, bozer dan hij zelf, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van denzelven mens wordt erger dan het eerste. Alzo zal het ook met dit boos geslacht zijn.

Hier wordt de mens dus vergeleken met een huis. In dat huis woont een demon. Deze vertrekt, maar omdat hij geen rust kan vinden komt hij weer terug. Dan vindt hij dat huis schoongemaakt en versierd. En dan haalt hij er nog meer boze geesten bij en met elkaar wonen ze dan in dat huis, dat wil zeggen: in die persoon.
Wat wilde de Here Jezus daarmee zeggen? Deze Joodse leidslieden hadden zich gereinigd van de heidense afgoderij. Daardoor vonden ze zichzelf erg goed. Voor het oog van andere mensen leefden ze netjes en heel godsdienstig. Hun leven was vol godsdienstige activiteiten. Op die manier hadden ze zichzelf (uiterlijk tenminste) schoongemaakt en versierd. Maar de Here Jezus kende hun hart. Hij wist dat ze God en hun medemensen niet echt liefhadden. Alles draaide bij hen om eigen eer en roem. Zo gingen ze bijvoorbeeld op de hoeken van de straten staan bidden. Niet omdat ze zoveel behoefte hadden om tot God te bidden, maar gewoon om menselijke eer te ontvangen van de overige Joden. Kortom: Ook die Joodse leidslieden hadden demonen in zichzelf, maar dan demonen van liefdeloosheid, eerzucht, egoïsme en huichelarij. In wezen waren deze demonen van een extra geraffineerd en smerig soort.



B. Demonie in onze tijd

1. Möttlingen in Duitsland


Het meest bekende waar gebeurde verhaal uit de laatste eeuwen over demonie en bevrijding is misschien wel het verhaal van dominee J.C. Blumhardt en de jonge vrouw Gottliebin Dittus. Het verhaal speelde zich af in het Duitse Möttlingen, in Baden-Württemberg, in de negentiende eeuw. Gottliebin werd gepijnigd door demonische kwelgeesten. Sommige mensen denken, dat echte Christenen nooit demonisch belast kunnen zijn. Maar deze stelling kan niet bewezen worden en is zelfs pertinent onjuist. Want geen enkele Christen is helemaal volmaakt. Iedereen heeft karakterfouten en zonden. En langs die weg proberen de demonen om invloed te krijgen op een mens. Trouwens: Als God ons niet beschermt zijn wij mensen sowieso niet opgewassen tegen alle duivelse machten. Dat ondervond Job ook. Zijn leven was een voorbeeld van godsvrucht, heiligheid, rechtvaardigheid en barmhartigheid jegens de armen. Toch liet God toe, dat hij zijn aardse bezittingen en zelfs zijn gezondheid kwijtraakte, toen de duivel hem aanviel.

Gottliebin was een overtuigd Christin. Evenwel werd ze gekweld door demonische geesten. Toen ze in Möttlingen kwam wonen en aan tafel tot de Here Jezus bad, werd ze aangevallen door een duistere macht en viel ze bewusteloos op de grond. Vanaf die tijd werd ze op allerlei manieren gekweld, vooral 's nachts. Ze zag dan gestalten en lichtjes en meer dan eens werden haar armen met geweld over elkaar geslagen. In huis was keer op keer gestommel, hoewel dat niet door mensen werd veroorzaakt. Ze werd ernstig ziek. Aanvankelijk bezocht dominee Blumhardt haar maar zelden. Haar vreemde gedrag stootte hem af. Pas later begreep hij, dat er duivelse machten in het spel waren. Twee jaar nadat de aanvallen begonnen, in april 1842, kwamen haar broers en zusters naar de pastorie om de hulp van Blumhardt te vragen. Het gestommel in huis werd namelijk zo luid, dat het tot ver in de omtrek te horen was. Ondertussen hielden andere mensen zich ook met de zaak bezig. Een andere vrouw uit haar kerkelijke gemeente en de huisarts bleven een nacht in het huis van Gottliebin. Inderdaad was het gestommel echt. Gottliebin had het niet verzonnen.

Uiteindelijk besloot dominee Blumhardt om zelf ook een nacht in het huis door te brengen, maar wel met nog ongeveer 7 andere mannen. Toen begon voor hem de strijd pas goed. Wat er tijdens deze strijd gebeurde grenst aan het ongelooflijke. Toch is de geschiedenis door betrouwbare waarheidslievende mensen opgetekend. Zodra Blumhardt het huis betrad, klonken er twee harde slagen vanuit de kamer. Het leken wel pistoolschoten. Tijdens hun verblijf in het huis werden er in totaal 25 slagen vernomen. Sommige waren zo hard, dat de ruiten rinkelden en de stoelen van de grond sprongen. Herhaaldelijk viel er kalk van het plafond en voor de andere dorpsbewoners leek het wel oudejaarsavond. En hoewel de mannen het gehele huis doorzochten, vonden zij niets bijzonders. De volgende dag werd Gottliebin weer aangevallen en bleef daarna een tijd bewusteloos liggen. Vanaf die tijd kwam Blumhardt regelmatig met enkele trouwe gemeenteleden op bezoek. Keer op keer kreeg Gottliebin nieuwe aanvallen, maar dominee Blumhardt merkte al, dat een aanval stopte, als Gottliebin zelf bad. Zijn geloof werd versterkt: De boze machten moesten wijken voor de naam van de Here Jezus! De strijd zou echter nog heel heftig zijn.

De boze machten namen zo zeer bezit van Gottliebin, dat zijzelf zich vijandig op ging stellen tegenover haar dominee. Zij balde haar vuisten tegen hem en maakte een gebaar alsof zij hem de ogen wilde uitkrabben. Een stroom van scheldwoorden kwam over haar lippen. Blumhardt begreep echter, dat zijzelf niet aan het woord was, maar de demonen in haar. Hij antwoordde met het uitspreken van gebeden en Bijbel-teksten. En daar hadden de demonen ontzag voor! Wanneer een demonische aanval was afgeslagen kon Gottliebin weer zichzelf zijn: Een Christin, die met heel haar hart op de Here vertrouwde en Hem toegewijd was. Maar de hevige aanvallen kwamen wel steeds terug. Dominee Blumhardt ontdekte echter ook, dat de demonen weken, als hij hen gewoon de opdracht gaf om te vertrekken. Toen voeren er 3 demonen uit. Even later 7 en toen 14! Iedere keer veranderden de gezichtsuitdrukking en de stem van het meisje, wanneer de demonen zich via haar bekend maakten. Daarbij kregen medewerkers van dominee Blumhardt klappen en stompen, maar hij zelf niet. De demonen zeiden ronduit, dat zij dat niet durfden. Gottliebin durfden zij wel te pakken te nemen alvorens te vertrekken. Zij lieten het meisje zich de haren uittrekken en met het hoofd tegen de muur slaan. De demonen die nog niet uitgedreven waren gingen hoe langer hoe meer te keer. De toestand van Gottliebin werd steeds slechter. Zijn vrienden en collega's deden alle mogelijke moeite om Blumhardt tot andere gedachten te brengen. Maar hij kon en wilde niet stoppen, hoewel hij zich vaak wanhopig voelde. Voortdurend bleef hij tot God roepen om hulp.

De broeders die de dominee hielpen telden de demonen die vertrokken waren. Er leek geen einde aan te komen! Na verloop van tijd 175, later 425. Al deze demonen meldden zich persoonlijk, ieder met een eigen stemgeluid. Maar zij gingen niet zomaar! Op zekere nacht werd het meisje bijna gewurgd. Een vurige hand kneep haar keel dicht. Toen de hand losgelaten had was haar hals vol brandblaren. Blumhardt raakte vreselijk uitgeput en moest zich een poosje terugtrekken om er niet zelf aan onderdoor te gaan. Toen hadden de demonen nog meer speelruimte en haar toestand werd erger dan ooit tevoren. Maar Blumhardt keerde terug en vele demonen verlieten haar achter elkaar. Toen knapte het meisje op en kon wekenlang een gewoon leven leiden. Maar er kwamen toch weer nieuwe aanvallen en de strijd ging 2 jaar duren. Steeds meer vrienden en collega's wendden zich van hem af, omdat zij meenden dat hij moest ophouden. Gottliebin verloor bij de demonische aanvallen ook veel bloed. Het leek haar dood te worden.

Maar bij nieuwe aanvallen rende ze als dol door de kamer. (Demonen kunnen extra krachten geven!). Ze riep om een mes om daarmee zelfmoord te plegen. Toen ze die niet vond klom ze uit het raam met het doel om naar beneden te springen. Maar de bliksem flitste en Gottliebin kwam daardoor tot zichzelf. "O God", riep zij uit, "dat wil ik niet". Ze kwam terug, maar weldra volgde een nieuwe vlaag van waanzin. Plotseling had ze een touw en wilde zich ophangen. Maar opnieuw bracht een bliksemschicht haar tot inkeer.

Op 8 februari 1843 brak er een nieuwe periode aan, namelijk van lugubere materialisaties. Blumhardt kon zich voorstellen, dat de mensen hem niet meer zouden geloven, als hij hen de waarheid vertelde, maar gelukkig had hij ooggetuigen. Toen Gottliebin moest overgeven kwam er zand te voorschijn. Later glasscherven, oude kromme spijkers, naalden en spelden. Zelfs uit haar neus en oren kwamen voorwerpen. Dit alles ging gepaard met afschuwelijke pijn. Er kwamen zelfs sprinkhanen, vleermuizen, een kikker en een adder uit haar mond.

Tijdens de kerstdagen van 1843 kreeg Katharina, de zuster van Gottliebin, precies dezelfde aanvallen als Gottliebin, terwijl Gottliebin zelf vrij rustig bleef. Dit was een nieuwe tactiek van de demonen. Zij waren op Katharina overgegaan om verwarring te veroorzaken. Een demon in Katharina daagde God uit om een teken te doen waarvan heel Möttlingen getuige zou zijn. Ondertussen bleven de demonen Katharina kwellen. Een kwartier lang slaakte het meisje door merg en been dringende wanhoopskreten. Al haar ledematen schudden op afschuwelijke wijze. Maar 's nachts om 2 uur konden de resterende demonen het niet langer meer volhouden. Door de kracht van Gods Geest voelden ze dat ze moesten vertrekken. Katharina zat op een stoel en boog plotseling haar hoofd en bovenlichaam ver achterover. Toen brulde zij met een bovenmenselijk harde stem: "Jesus ist Sieger!" (Dus: "Jezus is Overwinnaar!"). Tot ver in de omtrek was deze stem te horen. Zo was Möttlingen inderdaad getuige van Gods overwinning!

Toen deze demonen eenmaal overwonnen waren (volgens de getuigen waren het er meer dan duizend) kwam er een heerlijk opwekking in die gehele streek. Het rijk van de duivel was verzwakt en Gods Geest begon met kracht te werken. Velen kwamen tot geloof, ook omdat zij van de geschiedenis van Gottliebin en Katharina vernamen. En Gottliebin genas volledig van alles wat zij had moeten ondergaan. Ook haar mankheid verdween. Haar te korte voet groeide aan tot normale grootte. Zij kwam bij dominee Blumhardt in huis wonen en werd zijn trouwste medewerkster. Het werd ook extra druk in de pastorie. De hele dag kwamen er mensen naar de pastorie om hun zonden te belijden of om hulp te vragen. Grote sterke landarbeiders huilden vaak als een kind. Zo mocht Gods genade de overhand krijgen en kreeg Hij de eer!

Maar .... er kwamen zoveel mensen naar het huis van Blumhardt, dat het er overvol werd. Het was bijna niet om vol te houden. Daarom begon hij te zoeken naar een gebouw dat zou kunnen dienen als centrum voor zijn werk. Op een dag maakte iemand hem attent op het zwavel-kuuroord Bad Boll, 50 km ten zuiden van Stuttgart, en evenals Möttlingen in Baden-Württemberg. Toen hij ging kijken was zijn eerste indruk, dat het gebouw veel te groot voor hem was. Evenwel stelde hij zich open voor Gods leiding. Hij besloot de zaak in Gods hand te leggen en sprak: "Als mijn vrouw en Gottliebin het wel aandurven, zal ik dat als een vingerwijzing van God beschouwen en stappen ondernemen om het te kopen." De twee vrouwen bezochten het gebouw ook en kozen er beslist voor. Het geld was wel even een probleem, maar met hulp van vrienden en sympathisanten kwam het benodigde geld er. Op 31 juli 1852, precies 14 jaar na zijn intrede in Möttlingen, verhuisde hij naar zijn nieuwe bestemming. En alleen al over hetgeen hij daar voor God mocht doen is reeds een heel boek te schrijven! Dit werk heeft heel veel betekend voor Gods Kerk op aarde, en heeft ook in andere landen veel invloed gehad!


Het monumentale Bad Boll dat Blumhardt kocht om anderen te helpen. Het werd zeer velen tot grote zegen. Het gebouw is later in andere handen gekomen en heeft ook meer dan eens een andere bestemming gekregen, maar het opschrift bleef staan.

Om slechts één voorbeeld te noemen betreffende dit gebouw: In 1879 werd een jonge vrouw ernstig ziek. Ze vroeg haar familieleden om een telegram naar dominee Blumhardt te sturen. Maar die weigerden botweg. Ze wilden niets te maken hebben met dat "gekkenhuis". Ondertussen werd de patiënte steeds zieker. Op een gegeven moment kon het dienstmeisje van de familie het niet langer meer aanzien, en stuurde alsnog een telegram naar de dominee met een verzoek om voorbede. En twee uur nadat het telegram in Bad Boll was gearriveerd, was de jonge vrouw volkomen genezen, tot stomme verbazing van de gehele familie!

2. Engeland


Doreen Irvine werd in 1931 of 1932 in Londen geboren. Reeds in haar vroege jeugd maakte ze dus de Tweede Wereldoorlog mee. Bovendien was haar vader verslaafd aan de alcohol, en koos na verloop van tijd voor een andere vrouw. Er was ernstige armoede in het gezin. Dit alles zette al vroeg een stempel op haar leven. Op wat oudere leeftijd ging ze met 6 andere meisjes samenwonen. Deze meisjes bleken in de prostitutie te zitten. Doreen werd verleid om mee te doen. Op die manier zou ze gemakkelijker aan geld kunnen komen. De mannen betaalden goed! Wat later solliciteerde ze voor de grap voor een baan in de striptease. Tot haar verbazing werd ze aangenomen. Dit nieuwe "werk" verdiende nog beter. Maar op een dag bood een man haar een stickie aan, een sigaret met een soft drug erin. Na verloop van tijd werd haar ook heroïne aangeboden. Zo raakte ze verslaafd. Haar lichaam takelde zo zeer af, dat ze ongeschikt werd voor haar "werk" en ze kreeg haar ontslag. Zo was ze haar rijke bron van inkomsten kwijt, terwijl ze juist veel geld nodig had om nieuwe drugs te kopen. Door de ellende begon ze met winkeldiefstallen. Zo kwam het van kwaad tot erger. Ze werd betrapt en via een rechtszitting kwam ze voor 3 maanden in de gevangenis terecht. Verbijsterd onderging ze haar lot.

Toch was dit haar redding. In de gevangenis moest ze afkicken van de drugs en na haar vrijlating had ze nieuwe kansen. Maar ze verviel weer in haar oude leven. Opnieuw werd ze stripteaseuse en ging ze ook weer drugs gebruiken. Ze wist toen nog niet, dat ze de Here Jezus nodig had. Bij de genoemde zaken bleef het niet. Ze liet zich ook verleiden om een satanstempel te bezoeken. De oppersatanist had meteen belangstelling voor haar. Ze kregen een relatie. Zo leerde ze de principes van de satanskerk: Liegen, bedriegen, vloeken, vrije seks en moord waren geoorloofd. De oppersatanist zorgde er voor, dat ze regelmatig heroïne kreeg. Ze werd ook gewijd als hogepriesteres. Op een dag zorgde haar vriend ervoor, dat ze in contact kwam met de zwarte hekserij. Bij het woord hekserij moest ze aan sprookjes denken. Maar het was geen sprookje. Het is een andere vorm van demonie. Om preciezer te zijn: Magie. Magie is toverij door de kracht van de duivel en zijn demonen. Zo kunnen zwarte heksen met macht een vloek over iemand uitspreken. Als God het niet verhoedt loopt het dan slecht met die persoon af. Doreen kreeg ook toverkracht. Ze kon bijvoorbeeld een vogel in de lucht doden. Na verloop van tijd werd ze voorgedragen als kandidate om koningin van de zwarte heksen te worden. Bij een proef moest ze een groot vuur binnenlopen. Als ze daar ongeschonden uit terug zou komen, zou ze koningin zijn. Inderdaad deed ze dat. In het vuur ontmoette ze de duivel zelf, die ervoor zorgde dat ze niet verbrandde. Zo werd ze koningin van de zwarte heksen.

Deze dingen kunnen heel ongelooflijk schijnen. Gelukkig maken we deze dingen niet dagelijks mee. Sterker nog: Bijna niemand maakt zoiets mee. Maar is dat reden om het niet te geloven? God houdt de duivel en zijn demonen gelukkig nog in toom. Ze kunnen alleen iets doen, als God het toelaat. Maar in kringen waar de duivel openlijk vereerd wordt, zoals die van de zwarte hekserij, geeft God aan de demonen meer speelruimte. Niet omdat God het goed vindt wat men daar doet, maar omdat God de mensen daar aan zichzelf en de duivel overlaat. Ze hebben daar namelijk openlijk voor gekozen, vaak door een document te ondertekenen met hun eigen bloed. Daardoor beschouwt de duivel die mensen ook als zijn persoonlijke eigendom.

Op den duur merkte Doreen toch, dat ze niet gelukkig was. Ze werd overvallen door vrees en onzekerheid en dacht aan de mogelijkheid om zich uit deze wereld van het kwaad terug te trekken. Maar hoe was dat mogelijk? Ze zat als het ware met ketens in deze wereld gevangen. De duivel liet haar niet zomaar gaan! Toch ging ze enkele kerken bezoeken. Haar gevoelens waren verward. Ze haatte tegelijkertijd de Christenen en hun geloof. Toen ze op een bord van een kerk zag staan: "Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien" rukte ze woedend het papier van het bord af. In haar hart noemde ze de Christenen huichelaars. Ze ging nog veel meer opgehangen christelijke posters afrukken. Maar tot haar grote verbazing hingen er enkele dagen later nog veel meer posters. Ze kon de dingen van het christelijk geloof niet meer uit haar gedachten krijgen. God was met haar bezig. Juist door haar haat kwam ze telkens met het geloof in contact. Zo ging ze een kerk binnen met het doel om de predikant op zijn gezicht te timmeren. Ze had ook gewoon door kunnen lopen, maar dit kon ze niet laten. Een oplettende zaalwachter wist echter te voorkomen, dat ze haar voornemen uitvoerde. Ze kwam achterin de kerk te zitten, gekleed als hoer.

Maar door het lied van een vrouw, die zong over de liefde van Christus, werd ze diep getroffen. Toen pas besefte ze, dat niemand haar ooit echt had liefgehad. Die echte liefde wilde zij ook! Toen de predikant verkondigde, dat iemand die Christus niet kent gebonden is door de zonden, stond ze op en schreeuwde: "Hij heeft gelijk. Ik ben gebonden!" De predikant wist even niet wat hij zeggen moest, maar toen ging hij verder met nog meer vuur. Aan het slot nodigde hij de mensen uit om naar voren te komen, als ze de Here Jezus wilden leren kennen. Doreen wilde ook wel naar voren komen, maar het was alsof zware kettingen haar op haar plaats hielden. Ze vernam hoorbaar de stem van de duivel: "Je bent VAN MIJ! Je kunt niet naar voren gaan. Het is voor jou te laat. Je bent VAN MIJ." Maar door een andere kracht kon ze toch opstaan en naar voren gaan. God kwam haar te hulp. Tranen van ontroering stroomden over haar gezicht. Maar spoedig daarna kwam de twijfel weer terug. De mensen konden haar moeilijk helpen. Toch zei ze later tegen haar vriendinnen: "Ik heb mijn hart aan Jezus gegeven." Ze wist dat zij een nieuwe keuze had gemaakt, een keuze voor haar Redder! De strijd was toen echter nog niet voorbij. Grotendeels begon de strijd toen pas, want de duivel liet haar niet zomaar gaan!

Ze bezocht verschillende kerken, maar als ze hoorde over het bloed van Jezus nam een duistere macht haar volledig in bezit. Ze griste dan bijbels weg en scheurde die aan stukken, smeet gezangenbundels door de kerk, en sloeg het avondmaalsgerei uit de handen van hen die met brood en wijn rondgingen. Ook viel ze schreeuwend op de grond en siste en kronkelde als een slang. Later kon ze zich dan niets meer herinneren van hetgeen er gebeurd was. De duivel benauwde haar zozeer, dat ze zelfmoord wilde plegen. Ze stond al op de rand van een brugleuning. Maar een man trok haar naar beneden. Wanhopig rende ze een telefooncel binnen. Toen ze een beetje bij kwam zag ze op de wand van de telefooncel een naam en een nummer. Ze belde het nummer en kwam in contact met een predikant. Die bracht haar in contact met een andere predikant, Arthur Neil, die ervaring had met het uitdrijven van boze geesten. Doreen wilde wel bevrijd worden, maar de strijd duurde lang en ds. Neil had niet zo veel tijd. Keer op keer zette hij echter zijn werk met haar voort en keer op keer werden er demonen uitgedreven: Ze hadden namen als Leugen, Hekserij, Hoogmoed, Wellust, Twijfel, Ongeloof en Kwelgeest. Deze laatste demon beval haar om een mes in haar tas te doen, alvorens ze weer naar ds. Neil ging. Als ze weer bij hem was moest ze hem doden. Maar met de hulp van zijn helpers kon de dominee haar tegenhouden en het mes afpakken.

Bij één van de ontmoetingen zag Doreen de Here Jezus Zelf achter ds. Neil staan. De Here zag er liefdevol en wonderschoon uit. Hij was getooid in een stralend kleed en omgeven door een helder licht dat heel de kamer vulde. Zijn gelaatsuitdrukking was teder en vriendelijk. Zijn ogen waren vervuld van een diepe bewogenheid en Hij zag haar recht in de ogen. Ze wist dat Hij haar liefhad. Deze bemoedigende ervaring had Doreen nodig, want de strijd zou nog zwaar zijn. Alvorens ze helemaal vrij was van de demonen werd ze ernstig ziek. Ze werd opgenomen in een psychiatrische inrichting, en kreeg zoveel medicijnen toegediend, dat ze eraan verslaafd raakte. Via röntgenfoto's werd een hersenbeschadiging geconstateerd. Volgens de artsen kwam dat door de vele drugs.

Toen dominee Neil weer eens in Bristol was (waar Doreen was opgenomen) kreeg ze toestemming om een weekend de inrichting te verlaten. Ze ging naar de dominee toe en smeekte hem om haar verder te helpen. Dat deed hij. Die avond werden de overige demonen uitgedreven. De laatste demon heette Dementia. Zijn taak was het om de hersenen af te takelen! Nadat deze demon ook vertrokken was werden er weer röntgenfoto's gemaakt. Er was toen niets meer te zien van een hersenbeschadiging! De afwijking was het werk van Dementia geweest! Zeven maanden waren er nodig geweest om Doreen volledig te bevrijden van 47 demonen. Toen was ze vrij! Echt vrij! De inrichting had ze toen niet meer nodig. Ze had daarna nog wel een hele periode nodig om tot rust te komen en innerlijk te genezen. Ze moest ook weer afkicken van de vele medicijnen. Maar daarna brak het volle licht en de volle vreugde in haar hart door, en overal ging ze getuigen van haar Heer, Die haar verlost had. Zelfs in cafés gaf ze haar getuigenis. Zo werd haar Verlosser vereerd en verheerlijkt, Die haar getrokken had uit de duisternis en geplaatst had in Zijn wonderbaar licht!


3. Amerika

Frank en Ida Mae Hammond, die in de dienst der bevrijding stonden

In de bovenstaande verhalen komen spectaculaire gebeurtenissen voor. Maar demonie gaat lang niet altijd gepaard met zulke dingen. Dat was in de Bijbelse tijd ook niet zo. Denk maar aan de Joodse schriftgeleerden en Farizeeën (waarover in het eerste deel van dit artikel geschreven is). Ook zij werden door de Here Jezus gezien als mensen in wie duivelse machten woonden, hoewel zij in uiterlijke zin netjes en fatsoenlijk leefden.
Ook kinderen, die moeilijk zijn in de opvoeding, kunnen demonische machten in zich hebben, en daarom bevrijding nodig hebben. Dit was bijvoorbeeld ook het geval met het zesjarige meisje Mary. Ik weet niet zeker in welk land zij woonde, maar dat was vermoedelijk Amerika. Want zij werd bevrijd door Ida Mae Hammond. En Ida Mae leefde met haar man Frank Hammond in Amerika. Beiden stonden in de dienst der bevrijding, zoals dat heet. Het was hun werk om mensen van boze geesten te bevrijden. (Frank leefde tot 2004 en Ida Mae tot 1998).

Mary was zo moeilijk en ongezeglijk voor haar vader, dat hij vreesde, dat hij haar te hard zou straffen. Hij vroeg om hulp aan het echtpaar Hammond en Ida Mae zette zich voor het kind in. Mary was met haar vader op bezoek gekomen bij Ida. Het kind was erg druk en was veel aan het springen. Ida moest haar op schoot nemen om haar werk rustig te kunnen doen. De demonen werden door Ida aangesproken en verlieten het kind na verloop van tijd. Dit ging er soms wel heftig aan toe. Mary beet een stuk uit de blouse van Ida. Maar Ida werd niet kwaad, maar gaf de demonen de schuld. Op zeker moment werd Mary ineens misselijk en er kwam een grote bal slijm uit haar mond. Zoiets gebeurt vaker als iemand bevrijd wordt van boze geesten. Uiteindelijk werd het meisje rustig en ontspannen. Ze was bevrijd van de demonen!

In latere tijd kreeg Ida verscheidene goede berichten over Mary. De mensen vertelden: "Zij is zo anders. Zij is dezelfde niet meer. Ik kan haar vasthouden en ze vindt het fijn dat je lief voor haar bent. Je zou gewoon niet geloven, dat zij datzelfde meisje is." God had een heerlijk wonder in het leven van dit jonge meisje gedaan. Ze was een lief kind geworden!


4. Nogmaals Duitsland

Plaatje 1 van deze 2: Anneliese in haar goede tijd. Plaatje 2 van deze 2: Anneliese in latere tijd. Demonen zijn meedogenloos.

Als we de verhalen lezen over bevrijdingen door de autoriteit en macht van de Here Jezus, zouden we kunnen denken dat het altijd goed afloopt met mensen die bezeten zijn, of in ieder geval onder invloed van duistere demonische machten zijn, wanneer zij tenminste hulp krijgen. Maar helaas loopt het dan ook wel eens verkeerd af. Dit moet eerlijk gezegd worden. Het volgende verhaal laat dit duidelijk zien. Dit verhaal wordt niet verteld opdat de hulpverleners alle moed zouden verliezen, maar opdat zij van de fouten van anderen zouden leren. Sommige hulpverleners maken zulke grote fouten, dat het geen wonder is, als zij er niet in slagen om iemand vrij te zetten van kwade machten.

Anneliese Michel werd geboren op 21 september 1952 te Leiblfing in de Duitse deelstaat Beieren. Ze groeide op als een vrolijk, aantrekkelijk en intelligent meisje. Op school viel ze op door haar prestaties. Ook was ze zeer religieus (Rooms-Katholiek) en was heel behulpzaam naar anderen toe. Maar ook zij kwam onder invloed van demonische machten, en wel in die mate dat men van bezetenheid kan spreken. Het is moeilijk om te zeggen hoe dat precies kwam. Religieuze dwalingen behoeven niet altijd tot zware demonie te leiden. Maar het werd steeds erger met haar.

De ellende begon met een lichamelijke ziekte. Wegens tuberculose moest ze opgenomen worden in een ziekenhuis te Mittelberg. Maar ze mocht herstellen en naar huis terugkeren. Ze vervolgde haar studie. Maar na verloop van tijd kreeg ze moeite met spreken en ook met lopen. Ze moest zich overal aan vasthouden om niet te vallen. Ook kreeg ze last van depressiviteit. Toen ze een keer met haar moeder aan tafel zat, zag haar moeder ineens dat haar handen veel groter waren geworden. Anneliese zag zelf ook dat er wat aan de hand was en zei: "Ik heb zwarte handen. Heiland, vergeef me!" In die tijd kreeg ze ook huiveringwekkende visioenen. Ze zag gezichten van duivels op de muur met 7 kronen en 7 horens. (Tussen haakjes: Dit doet denken aan het beest van Openbaring 13: 1. Alleen heeft het beest daar 7 hoofden, 10 hoornen en 10 kronen). Tijdens een reis sprak Anneliese met een onnatuurlijke mannelijke stem en kreeg herhaaldelijk opzwellingen aan haar lichaam. Religieuze symbolen kon ze niet verdragen. Ze kon geen kerkgebouw of iets dergelijks binnengaan.

Steeds zwaarder werden de beproevingen. De demonen gooiden haar herhaaldelijk met haar rug op de grond en dwongen haar dan om daar urenlang te blijven liggen. Als ze opstond werd ze opnieuw neergegooid. Haar moeder legde zo veel mogelijk kussens en dergelijke op de grond, maar de demonen wierpen haar dan precies naast de kussens en zachte materialen. Ook werd ze menigmaal met haar hoofd tegen de muur gegooid en moest zelfs op stenen in de muur en op de grond bijten. Ze sliep ook op de harde grond (gedurende 3 jaren), at vliegen en spinnen, en likte haar eigen urine op. In tijden waarin ze rustiger was bad ze veel tot Maria, de moeder van de Here Jezus. Jammer is dat. Maria is ook maar een mens. Alleen God kon haar helpen. Ook artsen en psychiaters konden haar niet beter maken. Soms zei een arts uit zichzelf al, dat hij geen medicijn had tegen bezetenheid. Overigens wilde Anneliese vaak niet eten en drinken, in de hoop dat de demonen dan minder vat op haar zouden hebben.

Aangezien zijzelf en haar ouders vermoedden dat er demonen in het spel waren, vroegen zij aan de Rooms-Katholieke Kerk om te helpen met exorcisme (dus demonenuitdrijving). Er kwamen 2 priesters (vader Alt en vader Renz) die met grote toewijding haar probeerden te helpen en vele sessies uitvoerden. In totaal 67. Helaas waren zij weer veel te veel op Maria gericht. Toen de demonen een keer riepen: "Zij komt! Zij komt!" (Maria bedoelend) gingen de priesters op hun knieën. Maar wie demonen uit wil drijven moet zich niet zo laten beïnvloeden door hetgeen de demonen zeggen! Hij moet daar boven blijven staan! (Tegenwoordige demonenuitdrijvers slaan soms weer door naar de andere kant, en beginnen te schreeuwen tot de bezetene, alsof ze de demonen in eigen kracht moeten verdrijven. Ook zijn ze het slachtoffer vaak onnodig aan het duwen, soms met de bedoeling om hem of haar te laten vallen).

Bovendien wil God niet dat we iemand anders aanbidden dan Hem alleen. Toen de apostel Johannes op het eiland Patmos de verschijning van een engel zag, ging hij deze ook aanbidden. Maar de engel sprak: "Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, die de getuigenis van Jezus hebben; aanbid God." (Openbaring 19: 10). In de tijd van het Oude Testament werden de Joden zelfs zwaar gestraft, als ze ondanks de waarschuwingen van de profeten dóórgingen met het aanbidden van iemand of iets buiten God. Trouwens: Het was al verkeerd dat de priesters "vader" genoemd werden. In Mattheüs 23: 9 zegt de Here Jezus: "En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Een is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is."

In wezen gaven de priesters aan de demonen alle gelegenheid om hen te bedriegen. Zij gaven de demonen de opdracht om "Heil Maria, vol van genade!" te zeggen op het moment dat zij zouden vertrekken. Dat zou dan voor de priesters het teken zijn, dat de demonen werkelijk waren vertrokken. Maar demonen zijn leugenaars. Als zij iets dergelijks zeggen wil dat zeker niet zeggen, dat ze werkelijk weg gaan! Juist op deze manier kunnen zij een spelletje gaan spelen met degenen die hen willen verdrijven! Inderdaad zeiden de demonen keer op keer "Heil Maria, vol van genade!" En dan dachten de priesters steeds dat er weer een demon vertrokken was. Zo stelden de priesters zich open voor leugen en bedrog. Niet voor niets wordt de duivel de vader der leugen genoemd. En zijn volgelingen, de demonen, hebben dezelfde aard.

Het feit dat demonen leugenaars zijn, blijkt ook uit de geluids-opnamen, die gemaakt zijn van de gesprekken tussen de priesters en de demonen. De demonen spraken zichzelf veelvuldig tegen. Zo zeiden zij eerst dat er 6 demonen in Anneliese waren. Later zeiden zij dat er 5 waren. "Waar is de zesde?" vroeg een priester. "Die hebben wij gelogen.", antwoordden de demonen. Een andere keer gaf een demon ronduit toe, dat liegen zijn vak was. Het is dus echt onvoorstelbaar, dat de priesters toch nog zoveel waarde hechtten aan de uitspraken van de demonen, met betrekking tot hun vertrek. In andere opzichten geloofden de priesters juist niet klakkeloos wat de demonen zeiden. Hoe ongelooflijk naïef was het dus, dat zij de demonen in dit opzicht wel geloofden!

Op een keer gebeurde er iets heel bijzonders. In een periode waarin de demonen Anneliese enigszins met rust lieten, gingen zij en haar vriend Peter (die haar ondanks alles trouw bleef) een wandeling maken. Maar tijdens die wandeling kon zij opeens niet meer verder, omdat ze zo verzwakt was. Wat moesten zij beginnen? Toen verscheen (volgens haar eigen bewering) Maria aan haar. Maria vroeg haar of zij boete wilde doen voor vele andere mensen, die anders voor eeuwig verloren zouden gaan. Meteen kreeg Anneliese haar krachten terug. Ze kon weer lopen en zelfs springen. Maar ze moest wel in 3 dagen beslissen. Ze koos voor de boetedoening, omdat ze niet wilde dat anderen voor eeuwig verloren zouden gaan. Daarna kwamen de demonische aanvallen weer. Het ondergaan van die aanvallen zag ze als de boetedoening.

Maar.... was Maria werkelijk aan haar verschenen? Hoogstwaarschijnlijk hadden de demonen zich voorgedaan als Maria! Op die manier wilden ze de toestemming van Anneliese krijgen om haar nog verder te kwellen! Het kan Maria niet geweest zijn. Een mens behoeft immers geen boetedoening te doen voor andere mensen! Het offer van Christus is voldoende voor iedereen die gelooft! Het is zelfs een belediging voor Hem, als we net als Hij voor de zonden van de mensen willen lijden. Alleen Hij kon dat doen! Doordat Hij werkelijk een mens was kon Hij lijden. En doordat Hij werkelijk God was en is, kon Hij de zonden der wereld dragen. Anneliese behoefde daar niets aan toe te voegen en kon dat ook niet. En waarom kreeg zij weer nieuwe krachten na die zogenaamde Maria-verschijning? Ook dat is niet moeilijk te verklaren. Demonen kunnen een mens afbreken, maar ook herstel geven (om daarna nog meer te verderven). Men kan zich ook nog afvragen waarom de demonen zich juist als Maria voordeden. Maar dat ligt voor de hand. Zij wisten hoe zeer Anneliese Maria vereerde. Een verzoek van Maria kon zij dus moeilijk weigeren! En ook de mensen om Anneliese heen waren in hoge mate op Maria gefixeerd.

Na ruim 3 maanden meenden de priesters dat ze alle demonen uit haar verdreven hadden. Inderdaad voelde Anneliese zich toen heel goed en zei: "Ik ben volledig vrij nu... volledig vrij. Het is zo wonderlijk... volledig vrij." Maar dit duurde slechts 10 minuten. Toen toonden de demonen hun aanwezigheid al weer. De priesters waren verbijsterd. In de maanden daarop gingen zij nog wel verder met hun werk. Maar het gelukte hen niet om haar werkelijk vrij te krijgen. Op 1 juli 1976 stierf Anneliese wegens (naar men denkt) gebrek aan eten en drinken, en vanwege haar vele en zware verwondingen ....


Plaatje 1 van deze 2: Het graf van Anneliese in Klingenberg in Duitsland. Plaatje 2 van deze 2: Het opschrift op het kruis

Die zogenaamde Maria had haar wel beloofd, dat zij haar van de demonen zou verlossen. Maar het was niet gebeurd. Ook dat toont aan dat er bedrog in het spel was. Hoe listig zijn de demonen! 2 Korinthe 11: 14: "Want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts." Als iemand andere mensen van demonen wil verlossen, moet hij zich zeker niet laten misleiden door de demonen! De priester bij wie Anneliese in een helder moment haar hart uitstortte, geloofde zelf ook in de boetedoening door Anneliese. Zo werd de dood van Anneliese zelfs nog als een overwinning over de demonen gezien, omdat ze vele mensen van de hel gered zou hebben. Wat een dwaasheid! De priesters verloren de strijd juist!

De sluwheid van de demonen blijkt ook nog uit de verwondingen die zij aanbrachten aan de voeten en handen van Anneliese. De verwondingen leken op wonden van spijkers. Dit deed de mensen denken aan de spijker-wonden van de Here Jezus als gevolg van de kruisiging. Ook daarmee gaven zij de mensen de indruk dat Anneliese leed tot verzoening van de zonden van anderen. Bijgelovige mensen zagen er zelfs een bevestiging in. Maar het was allemaal demonisch bedrog!

Doordat de priesters het allemaal niet door hadden en te veel op Maria gefixeerd waren, hebben zij de dienst der bevrijding in Duitsland en daarbuiten in een kwaad daglicht gesteld. De ouders en de priesters werden 2 jaar later aangeklaagd en veroordeeld tot 3 jaar voorwaardelijk, namelijk wegens nalatigheid. Men vond dat ze meer hadden kunnen doen om het meisje te redden. Door dit alles kreeg de zaak grote bekendheid. Toch was deze straf niet terecht. Zij hebben Anneliese nooit belet om gewone medische hulp te vragen. Veeleer integendeel. De priesters leefden van harte mee als ze onderzocht werd door een arts. En het stoppen met eten en drinken was haar eigen beslissing. Soms ging ze tussendoor ineens heel veel eten en drinken. De priesters die niet altijd bij haar waren, kregen daardoor de indruk dat het wel meeviel. Ze was wel eens eerder vermagerd geweest en daarna kwam het weer goed. Maar de demonen hadden haar dood op het oog en bereikten hun doel.

De onrechtvaardigheid tijdens de rechtszaak bleek ook uit het feit, dat de huisarts van Anneliese voor de rechtbank verklaarde, dat zij niet bezeten was geweest. Waarschijnlijk zei hij dat omdat hij bang was, dat hij anders zelf verdacht zou worden van vreemde denkbeelden. (Want psychiaters verklaarden dat Anneliese leed aan psychoses en epilepsie). Maar tijdens haar leven had deze huisarts juist medicijnen geweigerd omdat bezetenheid (volgens zijn eigen zeggen) niet te genezen zou zijn met medicijnen. De ouders en priesters kon men dus moeilijk van nalatigheid beschuldigen. Maar voor God waren zij wel schuldig vanwege hun bijgeloof en Maria-verering.

Leed Anneliese werkelijk aan psychoses en epilepsie? Artsen beweerden dat wel, maar wat zij meemaakte is daarmee onmogelijk te verklaren! En bovendien: Enkele jaren na haar dood kwam een Zwitserse arts, Theo Weber-Arma, die de medische rapporten van Anneliese bestudeerde, tot de ontdekking dat Anneliese tijdens medische onderzoeken 3 EEG-testen had ondergaan. En elke keer werd epilepsie uitgesloten! Ondanks dat werd ze jarenlang behandeld met anti-epileptische medicijnen zoals zentropil en tegretol in een hoge dosering. Maar deze medicijnen hebben ernstige bijwerkingen! Het is zeer waarschijnlijk dat deze medicijnen haar dood hebben bespoedigd of zelfs in hoofdzaak hebben veroorzaakt!

Ondertussen: Zelfs na haar dood hield het bijgeloof van de nabestaanden niet op. Ongeveer 2 jaar na de begrafenis vertelde een non uit Beieren aan de ouders van Anneliese, dat zij een visioen had gekregen. Daarin had zij gezien dat het lichaam van Anneliese niet tot ontbinding was gekomen, omdat dit een bovennatuurlijk geval was. In de hoop op eerherstel lieten de ouders het lichaam opgraven. Eenmaal opgegraven vertoonde het lichaam de tekenen van normale ontbinding (hoewel de ouders en de priesters het lichaam daarbij niet mochten zien van de autoriteiten). Ja, Anneliese was in haar leven werkelijk bezeten geweest. Maar God gaf de ouders en de priesters op deze manier geen eerherstel. Bij alle exorcisme had men veel te veel gehandeld vanuit het bijgeloof (met name inzake Maria), in plaats van alle hulp alleen te verwachten van de levende God. En door het bijgeloof van die Beierse non werd de zaak nog erger gemaakt.

Laten we hopen dat Anneliese ondanks de door haar gemaakte fouten, zoals de Maria-aanbidding, toch in Gods heerlijkheid is gekomen! Dan is ze nu werkelijk vrij van de demonen en kan ze God voor eeuwig danken in eindeloze vreugde!

In latere tijd zijn er verschillende horror-films gemaakt op basis van deze geschiedenis. Maar zulke films zijn in wezen een zeer slechte zaak. Ten eerste misbruikt men dan het diepe lijden van een bezetene om er een sensationele film van te maken. De film-maker probeert dan in wezen om geld te verdienen aan de armoede en ellende van een ander. Ten tweede worden in zo'n film de ware feiten verdraaid en extra gruwelijk gemaakt, alleen om de mensen nog meer opgewonden te maken of te amuseren. Zo krijgt de wereld een vertekend beeld van wat demonie werkelijk is. Demonie is toch al moeilijk te begrijpen, omdat de machten die er achter zitten niet zichtbaar zijn. En als de mensen een verkeerd beeld hebben van demonie, komt dat de slachtoffers niet ten goede. Veeleer integendeel!



C. Nabeschouwing

Niet iedereen die zich bezighoudt met de dienst der bevrijding doet dit op een goede verantwoorde manier. Sommige extremisten menen zelfs, dat ze iemand pijn moeten doen, om hem of haar te bevrijden van kwade machten. Men leest soms verschrikkelijke dingen in de krant. Mensen die van demonie worden verdacht, worden soms vastgebonden en op de een of andere manier gepijnigd. De gevolgen zijn soms verschrikkelijk. Op deze manier wordt de dienst der bevrijding in een zeer kwaad daglicht geplaatst bij het grote publiek. Dat is ontzettend jammer. Want demonie is heel reëel en het lijden van de mensen die demonisch belast zijn, kan verschrikkelijk zijn, zoals ook blijkt uit de bovenstaande verhalen. En niet iedereen wordt bevrijd van demonen, zoals we gezien hebben bij Anneliese. Integendeel. Het loopt lang niet altijd goed af met mensen die door boze geesten worden gekweld. Velen sterven vroeg of laat zonder ooit bevrijd te zijn. Wat is het daarom goed, als mensen zich inzetten om anderen te bevrijden, als ze dat tenminste op een verantwoorde manier doen!

Ook is het zo, dat een Christen geen speciale gave nodig heeft om in de dienst der bevrijding te kunnen staan. Maar het is wel gewenst, dat zo iemand voldoende kennis van zaken heeft, om allerlei fouten te voorkomen en om niet in verwarring te geraken, als de demonen beginnen op te spelen. Wat dat betreft is het mooi om te zien hoe dominee Blumhardt en zijn helpers zich opstelden. Zij waren in het huis van Gottliebin om de geruchten over het gestommel in huis na te trekken. Toen ze het huis binnen kwamen hoorden ze gelijk al harde knallen. Het leken wel pistoolschoten. Toch gingen zij niet op de vlucht, maar doorzochten het huis juist volledig!

Wel is het van elementair belang voor iemand, die in de dienst der bevrijding wil staan, om dicht bij God te leven en een zuivere heilige levenswandel te hebben. Iemand die bijvoorbeeld verslaafd is aan de drank, moet eerst zelf van de drank afkomen, alvorens hij anderen probeert te bevrijden. Het is zo: Hoe dichter iemand bij God leeft (dat wil zeggen: Hem liefheeft, vertrouwt en gehoorzaamt) hoe meer hij of zij zal kunnen uitrichten jegens de demonen. De demonen voelen al gauw aan of iemand dicht bij God leeft of niet. Zo niet, dan zullen ze niet veel respect hebben voor die persoon. En dan zullen ze ook niet gauw gehoorzamen, als ze de opdracht krijgen om hun slachtoffer te verlaten.

Van elementair belang is het vooral, dat we beseffen, dat we nooit in eigen kracht demonen kunnen uitwerpen. Als het gebeurt, is dat altijd door de kracht van God, Die omwille van Zijn Zoon, de Here Jezus, mensen wil bevrijden. Daarom moeten we niet zomaar zeggen tegen de demonen, dat ze moeten vertrekken. Maar wij moeten de Naam van de Here Jezus daarbij gebruiken, bijvoorbeeld in een zin als: "Ga uit, in de Naam van de Here Jezus, de Zoon van God." Als we denken dat we het in eigen kracht kunnen, vergissen wij ons zeer. Dit overkwam de 7 zonen van Sceva. Zij gaven bevel aan de demonen in een bezetene om te vertrekken. Maar de demonen maakten dat de bezetene hen aanviel, en de mannen moesten gewond en naakt het huis ontvluchten!


Een bezetene valt de 7 zonen van Sceva aan.

Bij de demonenuitdrijving kunnen er wonderen gebeuren, zelfs op 2 manieren. In de eerste plaats is het al een wonder als iemand van boze geesten wordt verlost. In de tweede plaats laat God de demonenuitdrijving vaak gepaard gaan met andere wonderen. Menigmaal wordt iemand, die bevrijd wordt uit de machten der duisternis, ook bevrijd van een ziekte of kwaal. Wat artsen en specialisten in een heel leven niet voor elkaar krijgen, doet God, als Hij dat wil, in een ogenblik!

Vaak echter zijn de demonen erg hardnekkig. Daarom had dominee Blumhardt wel 2 jaar nodig om Gottliebin in de kracht van God te bevrijden. En dominee Neil had 7 maanden nodig om Doreen Irvine vrij te krijgen door Gods genade. Een veel gemaakte fout is, dat men stelt dat iemand niet door demonen wordt gekweld (terwijl dat in werkelijkheid wel het geval is!), als de bevrijding lang op zich laat wachten. Daarom heeft de persoon, die staat in de dienst der bevrijding, Gods leiding heel hard nodig. De apostel Paulus spreekt in 1 Korinthe 12: 10 over de gave om geesten te kunnen onderscheiden. Iedereen die anderen wil bevrijden van boze geesten, zou om die speciale gave moeten bidden!

Er zijn echter wel algemene kenmerken: Demonie is o.a. te herkennen, als de persoon in kwestie een sterke weerstand heeft jegens God, de Here Jezus en het christelijk geloof. Die weerstand kan ingaan tegen de diepste intentie van het slachtoffer. Zo was Gottliebin een vrouw, die God oprecht lief had. Toch konden de boze geesten in haar maken, dat ze zich vijandig opstelde tegenover dominee Blumhardt. En toen Doreen Irvine de Here Jezus zocht, konden haar kwelgeesten soms ineens zoveel macht uitoefenen, dat ze niet meer wist wat ze deed. Ze kon dan Bijbels gaan verscheuren en met het avondmaalsgerei gaan gooien. Als ze dan weer tot zichzelf kwam was ze verbijsterd over hetgeen gebeurd was.

Verder is het ook vaak heel nuttig om na te gaan waar het slachtoffer vroeger geweest is. Is het slachtoffer vroeger wel eens bij een occulte genezer geweest, of bij een occulte samenkomst? Zoja, dan kan het zijn dat daarbij boze geesten in de betrokken persoon zijn gekomen! Er zijn gevallen bekend van Christenen die naar een magnetiseur gingen om van een bepaalde kwaal of ziekte verlost te worden. En dat scheen nog te helpen ook. Maar daarna merkten zij, dat zij iedere keer als zij wilden bidden of Bijbel-lezen, storende geluiden hoorden of andere storende elementen waarnamen. Bij het magnetiseren waren er namelijk demonen overgekomen! Een Christen moet daarom ook nooit naar een magnetiseur gaan.

De demonen komen zelfs op het christelijke erf. In sommige extreme Pinkstergemeenten gebeurt het, dat iemand zich de handen op laat leggen om genezing of de Heilige Geest te ontvangen, en dat die persoon daarna demonisch belast blijkt te zijn! In de tongentaal kan dat helemaal duidelijk worden. Iemand kan denken deze bijzondere gave van God ontvangen te hebben, terwijl in werkelijkheid de duivel een strategische positie heeft verkregen. Bij vertaling van de tongentaal (als het een taal is die ergens anders op aarde bestaat) kan dan blijken, dat er vreselijke godslasterlijke dingen worden uitgesproken! Dit alles wil niet zeggen, dat tongentaal altijd verkeerd is. Het kwam in de tijd van de Bijbel ook voor in christelijke gemeenten. Ook is handoplegging niet per definitie verkeerd. Het kan zelfs buitengewoon zegenrijk zijn! Maar de duivel probeert alles van God na te apen. Daarom wordt hij wel de aap van God genoemd. Er staat ook niet voor niets in de Bijbel, dat de duivel zichzelf verandert in een engel des lichts, om de mensen te verleiden. (2 Korinthe 11: 14).
Kortom: Bij al deze dingen moeten wij biddend actief en waakzaam blijven!


Samenvattend volgt hier nog een opsomming van de oorzaken van demonie:

1. Zonden. Door zonden zetten wij een poort van onze ziel open voor demonen. Wie zich bijvoorbeeld aan een drankverslaving overgeeft, krijgt een demon van drankzucht in zich. En wie haat in zijn of haar hart toelaat, komt onder de macht van een demon van haat. En demonen trekken altijd andere demonen aan. Mede daardoor kan dit escaleren, tot gewelddadigheid en moord toe.

2. Contact met de occulte wereld van waarzeggerij en toverij. Ook het diepgelovige meisje Gottliebin was in haar jeugd met het occulte in contact geweest! Verder kan die occulte wereld ook verborgen zitten in allerlei religieuze sekten en extreme Pinkstergemeenten!

3. Enorm verdriet. Als iemand in de steek gelaten wordt door een geliefd persoon en hij of zij kan dat niet goed verwerken, dan maken de demonen daar ook misbruik van, vooral als de betrokken persoon van verdriet passief wordt en de plichten van het leven niet meer vervult. Ze vinden dan ook een open poort om binnen te komen, en maken dat hij of zij zich nog ellendiger gaat voelen. Dit kan zelfs leiden tot opname in een inrichting, maar ook tot bijvoorbeeld misdaad.

4. Eenzaamheid of problemen. Een vrouw verhuisde naar een hoge verdieping van een flatgebouw, maar ging zich daar erg eenzaam voelen. Bovendien kon ze niet omgaan met haar nieuwe kookinstallatie. Ze was altijd een enthousiaste Christin geweest, maar toen werd ze passief en bleef veel in bed liggen. Reeds na zo'n 4 weken hadden de demonen zoveel vat op haar gekregen, dat ze niet meer kon bidden. Alleen nog maar vloeken. Ze schrok daar zelf enorm van. Niet lang daarna moest ze opgenomen worden in een inrichting en uiteindelijk stierf ze daar in een ellendige toestand.
Als we dus iemand willen helpen is het ook van belang om te bezien, of we iets aan de omstandigheden kunnen doen, die tot de situatie hebben geleid.

5. Een bijna-dood-ervaring, waarin de duivel zich voordoet als een engel des lichts. (2 Korinthe 11: 14). Dit wil zeker niet zeggen, dat iedere bijna-dood-ervaring negatief beoordeeld moet worden! Integendeel! Ik denk ook, dat een waar kind van God behoed wordt voor zo'n ervaring, waarin de duivel verschijnt als een lichtgestalte om iemand te misleiden. (Zie verder het artikel over bijna-dood-ervaringen).

6. Soms laat God toe dat de duivelse machten een mens aantasten, omdat Hij daar een bedoeling mee heeft. Dit zien we bij Job. Hij verloor zijn bezittingen en toen zelfs zijn gezondheid. Maar zijn verstand bleef goed! Hij kon nog zeggen: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft!" (Job 19: 25). En later maakte God alles weer goed, ja nog beter dan in het begin!
Deze laatste vorm van satanische werkzaamheid wordt gewoonlijk geen demonie genoemd. Toch is dit verschijnsel aan deze lijst toegevoegd, omdat het hier ook gaat om duivelse activiteit.


Job kon zich niet wapenen tegen die duivelse activiteit. Maar op het geestelijke vlak kunnen we dat wel (bijvoorbeeld door niet passief te worden bij groot verdriet, eenzaamheid of problemen!). Het weerstand bieden is van essentieel belang! De apostel Paulus zegt over de geestelijke wapenrusting (Efeze 6: 10 - 18):

10. Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht.
11. Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.
12. Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.
13. Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.
14. Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid;
15. En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes;
16. Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.
17. En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.
18. Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen.


De geestelijke wapenrusting is niet zichtbaar voor het natuurlijke oog. Maar van minstens evenveel belang!